Babypop in De Efteling

copyright Moon SarisOp een mooie woensdag in oktober slenterde ik met een vriendin – zij oma, ik bewust kinderloos – rustig en genoeglijk door het sprookjesbos. We gedroegen ons op z’n tijd als kleine kinderen, bijvoorbeeld door te antwoorden op de vragen van de Sprookjesboom (‘Hoe oud ben je?’ ‘52!’ ’42!’– zal hij niet vaak horen), mee te dansen met de Efteling-elfjes, Klein Duimpje te roepen, koppiekrauw tegen de papegaai te schreeuwen en de kat van de heks van Hans en Grietje een grrrom te ontlokken.
We realiseerden ons op z’n tijd heus dat we volwassenen waren, en allang geen Efteling-eerstelingen meer, door constateringen als: ‘hey, die Sprookjesboom lijkt sprekend op Erica Terpstra, net zulke gezellige hangwangen’, ‘tsjonge, wat racet de nieuwe vertelstem Paul de Leeuw in DWDD-tempo door het sprookje van de Indische Waterlelies heen’ of ‘en wat nou als de aanstaande moeder van Raponsje tegen de toverkol had gezegd: ben jij nou gek, heks, ik ruil m’n baby-op-komst echt niet voor een paar handjes sla’.
Meer dan vroeger zagen we ook dat er best wel het een en ander mis was in het Sprookjesbos: de rode schoentjes hebben een ijsbeerpatroon in de dansvloer gesleten, de trollenkoning moet wel heel veel moeite doen om wakker te worden, ouders moeten ernstig graven in hun herinnering om het verhaal van Vrouw Holle op te lepelen omdat het geluid het niet doet en de Eftelingelfjes lijken voor een steeds groter deel ernstig fysiek beperkt.
Maar wat ons het allermeest opviel, was het gedrag van ouders. (Lees meer onder de link)Copyright: Moon SarisNu was dat al jaren verbazingwekkend vreemd, want ik herinner me levendig hoe ik half jaren negentig met m’n ex-vriendje Kees kindjes van haastige ouders afleidde om ervoor te zorgen dat ze wat meer van de sprookjes meekregen dan hun papa en mama ze toestonden. Maar helaas, de mobiele telefoon en de digitale camera hebben er nog een schepje bovenop gedaan. Met ernstige uitwassen tot gevolg.
Bij Hans en Grietje hadden we al gezien hoe een meisje met haar moeder op de foto moest voordat ze de kans kreeg van het sprookje te genieten. Gretig keek ze hoe mijn vriendin en ik het poortje probeerden open te maken en verlekkerd reageerden op alle zoetigheid die het decor bij het peperkoekhuisje suggereert. Een kleuter bij de paddenstoelenhuisjes baalde als een stekker dat wij een aangenaam gesprekje hadden met de kabouters, terwijl hij steeds naar z’n moeder-met-mobiel moest kijken. En ook bij andere sprookjes liepen mensen, al dan niet met kinderen, rap voorbij, nadat ze snelsnel een kiekje hadden gemaakt met hun mobieltje.
Ergens net voor Langnek werd onze aandacht getrokken door een jonge moeder en haar zoontje van amper een jaar. Ze zette hem rechtop, klikte met haar mobiel en ging op geen enkele manier in op zijn pogingen te zien wat er om hem heen gebeurde. Zij moest en zou hem op de foto zetten. Bij Langnek troffen we haar weer, met kindje, en ze plaatste hem tegen het hekje met zijn handje om de reling. Staan kon hij nog niet op eigen kracht, zeker niet als hij om wilde kijken naar die reus die daar op die stenen zat en wilde luisteren naar de stem die uit de bomen kwam. Maar mama hield vol. Ze zette hem neer, riep zijn naam, pakte hem emotieloos op toen hij recht voorover op z’n snufferd viel, zette hem opnieuw op z’n benen en pakte hem op om hem op z’n kont te laten zitten omdat ze blijkbaar nog steeds geen (goede) foto had weten te maken. Hij stond op, greep zich vast, draaide zich om en… voelde opnieuw z’n moeder in z’n nek hijgen.
Ik kon het niet laten, liet me ontvallen: hij is geen pop. Waarop zij zich niet, zoals ik had verwacht of toch minstens gehoopt, realiseerde wat ze aan het doen was maar mij toesnauwde: waar bemoei je je mee, dat maak ik wel uit, en koop ergens anders een duur kaartje om te lopen kankeren op andere mensen. Mijn vriendin, de verstandige omdat ze al tig jaar werkt met de lastigste mensen en allang weet dat je de wereld niet in een minuut kunt verbeteren, trok me mee terwijl ik nog werd nageschreeuwd door de verbolgen jonge moeder. Bij Roodkapje aangekomen vroegen we ons af of ze haar jongetje daar op het muurtje zou zetten, om te zien dat ie daar achterover afviel, de afgrond in.
We hebben haar niet meer gezien en er ook niet al te lang over nagedacht. Maar weer terug thuis moest ik er toch wat mee. Want verdorie, je gaat niet naar De Efteling voor jezelf, je gaat naar De Efteling voor je kinderen – of voor het kind in jezelf, dat is ook prima. Je gaat voor een fijne dag, voor prikkels, voor verhalen voor later, in hun tempo, het is hun feestje. Of wil je liever dat je kind later de foto’s ziet en zegt: ik herinner me eigenlijk niet dat ik in De Efteling ben geweest, ik weet niks meer van de sprookjes, van de sfeer, van het park, van de andere mensen. Of dat je kind later zelf kinderen heeft, hij met ze in De Efteling is, het geluid van Vrouw Holle het niet doet en hij moet zeggen: ‘Sorry, maar ik ken het verhaaltje niet, m’n moeder sleepte me altijd meteen verder… Ik kom maar tot: Er was eens…’
Copyright: Moon SarisNB Ik was zo verbouwereerd over dit hele gebeuren dat ik ben vergeten een foto van moeder en kind te maken, laat staan een filmpje. Ik heb sowieso weinig foto’s gemaakt, want ben vooral bezig geweest met genieten van het mooie weer, het prettige gezelschap, de nakende herfst, het mooie park, de herinneringen en gekke constateringen. Gelukkig. Daarom wat plaatjes uit de oude doos. Op de foto’s mijn toen driejarige neefje, dat die dag voor het eerst in De Efteling was. Ik zag ’m maar een paar keer van voren omdat ie van de ene ooo in de andere aaa viel en z’n geluk niet op kon van wat er allemaal te zien en te beleven viel.

Leave a Reply