Recensies Boulevard op Theaterkrant

We gingen voor de lol naar Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Tot er een uitnodiging binnenkwam om voor Theaterkrant naar dat fijne festival te gaan. Dus deden we FC Bergman omdat we het per se wilden zien – en daar kregen we geen spijt van, de beste voorstelling die ik zag in tijden! – en gingen we daarnaast naar Suikerspin van Laika en tentjestheater op de Bossche Parade voor recensies op ‘s lands enige professionele theatersite.
Ze zijn inmiddels online verschenen, hierbij de eerste alinea’s. Lees verder op Theatrerkrant.nl als je nieuwsgierig bent geworden.

Familiegeheimen uit een kermistent

Laika-Suikerspin, ©foto: Rene den Engelsman

Laika-Suikerspin, ©foto: Rene den Engelsman


De mallemolen van het leven draait al een tijdje niet meer de goede kant op voor kermisklant Arthur. Toch kan hij het niet over zijn hart verkrijgen van zijn aftandse attractie af te stappen, het is nu eenmaal zijn wereld en daarbuiten kent hij niks. Bovendien is die molen eigenhandig gebouwd door zijn vader, zoon van een legendarische kermisbaas. Tenminste, legendarisch in Arthurs ogen, want langzaam maar zeker komen de familiegeheimen boven tafel en blijkt opa net zo’n schuinsmarcheerder en sjoemelaar te zijn geweest als hij zelf is.

Lees verder op Theaterkrant.

Tentjestheater Boulevard

Blues in Boxes II - De zon schijnt niet in uw tv ©foto: Rene den Engelsman

Blues in Boxes II – De zon schijnt niet in uw tv ©foto: Rene den Engelsman

Verschillende voorstellingen achter elkaar zien is op Theaterfestival Boulevard niet zo makkelijk, de meeste overlappen elkaar. Maar gelukkig zijn er altijd nog de tentjes aan de rand van festivalplein de Parade, met meer dan voldoende kwaliteit om een mooi programma samen te stellen. Soms ontdek je een thema, zoals in de tentjesroute ‘Relaties’.

Lees verder op Theaterkrant.

De ‘kimonokeizer’ exposeert

Z’n vriendin noemt hem liefkozend de kimonokeizer. Wij noemen hem wel Pa Pinkelman, onze ouwe, pa. Hij heeft sinds hij internet heeft een indrukwekkende verzameling ‘Japanse jurken’ en eetstokjes verzameld; met de sakecups die hij al had de moeite waard om gezien te worden. Museum Klok & Peel Asten, voorheen Klokkenmuseum, nog verder voorheen Beiaardmuseum had Japanse dagen en nodigde Saris sr. uit om z’n spulletjes uit te stallen en op te hangen in de grote gang die toegang geeft tot de andere exposities in het museum. Trots speelde hij gastheer en gaf hij iedereen die het maar enigszins wilde horen uitleg bij zijn collectie. Wij eren Hashi Saris met een bescheiden galerijtje alhier.

Uitsluiten of insluiten?

Hakaworskhop tijdens Festival 5D, juli 2013, NDSM-terrein Amsterdam.

Hakaworskhop tijdens Festival 5D, juli 2013, NDSM-terrein Amsterdam.

In de kranten verschenen berichten over verstandelijk beperkte mensen die overlast veroorzaken in woonwijken. Een arts uit Amsterdam schreef een ingezonden stuk in De Volkskrant waarin ze betoogde dat integratie van deze mensen onzin is. Het is immers niet OSM, ofwel: ons soort mensen, ze zijn wezenlijk anders dan ‘wij’, stelt zij. Ze moeten vooral lekker bij elkaar gaan zitten, maar niet tussen ‘ons’. Haar ‘ons’ is duidelijk het mijne niet.

Als klein meisje had ik een grote vriend. Hij heette Hans, was ruimschoots volwassen en zowat twee meter lang. Hij was een mongool, dat mocht je toen nog zeggen. En ik zeker: ik was zes jaar en bedoelde er natuurlijk geen kwaad mee. Sterker, ik was dol op die vriendelijke reus die net zo onbevooroordeeld naar de wereld kon kijken als ik. Hij gaf er helemaal niks om dat ik wratjes had op m’n beide handen en dat ik altijd het hoogste woord voerde. Dat hoorde bij mij, en hij vond mij leuk, dus ook die gekke tekortkomingen.
We gingen verhuizen. Ik was bijna acht jaar en moest wennen in een nieuwe straat, niet heel ver van het oude huis maar wel een grote weg over en tja, dat mocht ik niet alleen. Hans kon ik dus minder vaak zien. Goddank woonde in onze nieuwe straat weer een mongool, Gerianne. Ze was net iets ouder dan ik, maar in denken en doen jonger. Ze was een nakomertje en was strontverwend. Ze snoepte te veel en kon ontzettend lastig zijn voor de mensen om zich heen. Maar ze was dol op mij en ik op haar. Net als Hans oordeelde zij niet, zij was.
Dat was ontzettend fijn voor een meisje dat, zo besef ik nu, een beetje moeite had met al die leeftijdsgenoten die langzaam maar zeker alles in een perspectief van jij versus ik gingen zien, die groepsgedrag gingen vertonen, die de kindertijd definitief achter zich lieten. In Sinterklaas geloofde ik ook niet meer, in sprookjes evenmin, maar in andere mensen, dat zeker nog wel. Vertrouwen was de basis; wantrouwen kon altijd nog, als je keihard werd belazerd of zo. En dat deelden Gerianne en ik, zo slim was ze dan weer wel.
Later had ik andere vrienden. Vaak met, zoals de boze buitenwereld dat noemt, een vlekje. Al die etiketten van nu waren er nog niet, maar mensen die ‘anders’ waren, waren er altijd al. En juist die leek ik in mijn vriendenkring op te nemen, zelfs al vonden andere mensen om me heen dat stom. Mijn soort mensen was altijd extreem uiteenlopend. De enige wezenlijke overeenkomst tussen allemaal was dat ze de mens tegenover hem of haar inclusief al z’n gekkigheden als gelijkwaardig zagen. Niet uit strategie, maar uit ingebakken noodzaak.
Volgens de normen en officiële terminologie heb ik zelf geen etiket, geen vlekje. Ik ben een ietsje te zware, maar best leuke vrouw om te zien met een licht bovengemiddelde intelligentie en normaal werk. Ik heb wel ergens last van: van al die gewone mensen om me heen. Van die mensen die hun oordeel over anderen altijd klaar hebben. Die het niet kunnen hebben als iemand een beetje anders is dan anderen. Mensen die uitsluiten in plaats van insluiten omdat ze niet verder kunnen of willen kijken dan hun neus lang is.
Nee, doe mij maar liever mijn soort OSM. In alle kleuren en maten en met alle mogelijke eigenaardigheden, maar wel met het vermogen anderen te zien zoals ze zijn, dwars door hun afwijkingen en tekortkomingen heen. Daar wordt mijn wereld echt een stukje mooier van.

NB Ik schreef deze column voor De Nieuwe Pers maar vond ‘m bij nader inzien toch geschikter voor op m’n eigen blog.