Broers in samenwerking

De broers Ilay en Anan den Boer werkten in een intensief proces samen aan de voorstelling Broer. Die voorstelling draait om hun onderlinge verhouding in relatie tot het voortdurende en heftige conflict in Ilay’s geboorteland Israël. Om de voorstelling extra universele kracht bij te zetten, portretteerden de vaste fotografen van TG Ilay, Moon en René, een aantal andere broers die samenwerken op hun gezamenlijke werkplek. Hamvraag: hebben zij ook zo’n explosieve relatie als de Den Boers of gaat het er bij hen harmonieuzer aan toe?
Ilay en Anan den Boer - foto Saris&denEngelsmanAndé en Hans Goedkoop © Saris & den EngelsmanRoger en Marcel Grivec ©Saris & den Engelsman 2012Roberto en Nino Pennino - ©Saris&denEngelsman

Vier van de acht tot nog gemaakte portretten, een gemaakt op de eerste speelplek, Amsterdam (Over het IJ festival), een op de tweede, Den Bosch (Theaterfestival Boulevard) en twee op de derde, Zuid-Limburg (Cultura Nova). Van links naar rechts: Ilay en Anan den Boer, theatermaker/componist, André en Hans Goedkoop, kok/eigenaar van een restaurant, Roger en Marcel Grivec, eigenaren van het Jeanspaleis en Roberto en Nino Pennino, advocaten. De foto’s zijn te zien op de locatie waar de voorstelling speelt, met een citaat over de samenwerking of de relatie tussen de broers.

Hans en André Goedkoop (61), kok en eigenaar restaurant Place du Nord, Purmerplein in Amsterdam-Noord.
André : “Hans is medewerker, geen compagnon. Dat heb ik wel een tijdje gek gevonden, dus ik heb hem voorgesteld om compagnon te worden, maar daar zag Hans helemaal niks in. Hij houdt niet van de verantwoordelijkheid, hij vertoont z’n kunsten het liefst in de keuken.”
Hans: “We zijn makkelijk. Tenminste”, twijfelt hij eventjes: “ik ben makkelijk.”


Het is de bedoeling de serie langzaam maar zeker uit te breiden op andere speelplekken.

Reactieslot als anti-spamactie

Blijkbaar is er iemand die denkt dat ik aan het einde van m’n salaris een stukje maand overhoud. En dat ik dat zou willen oplossen met een kortetermijnlening. Of dat mijn lezers dat zouden willen. Want ik krijg ongeveer 45 keer per dag een reactie op mijn site die verwijst naar een aanbieder van ‘pay day loans’.
Het gekke is: die spam is zinlozer dan zinloos. Want ik heb geen payday loan nodig en de meeste van mijn lezers ook niet. Zelfs al hadden ze het nodig, dan namen ze het nog niet – sinds een jaar of tig kennen we het fenomeen rood staan en dat helpt ons allemaal wel door die anderhalve dag heen, en anders hebben we wel iemand om ons heen die ons even uit de brand hielp. Mocht een van ons het op een dag toch keihard nodig hebben, dan ging ie daarvoor vast niet naar een bedrijf via allerlei verschillende url’s hetzelfde ding wat je toch al niet wilde aanbiedt en daarmee tien minuten van je volle dag opvreet omdat je al die berichten met een bulkactie uit je reactiebox moet verwijderen.
Want ik ben natuurlijk niet gek: reacties zijn niet meteen te zien op mijn site, die moeten eerst langs de ‘ingezondenbrievenredacteur’. En die houdt niet zo van nonsens, laat staan van commerciële nonsens, dus al die berichten verdwijnen linea recta in het eeuwig archief.
Ik begon dit blog pas een paar maandjes terug, en blijkbaar is WordPress nogal spamgevoelig. Het wordt met de dag erger, ik ben al van een paar per dag na de eerste maand gegroeid tot interessant genoeg voor een stuk of veertig paydayloansberichten per dag. Aangezien ik geen zin heb om die iedere dag te gaan zitten verwijderen, ook omdat tijd stoppen in onzin uiteindelijk mogelijk wel leidt tot financiële tekorten, gaat het slot voorlopig even op de deur.
Reacties zijn nog steeds van harte welkom, maar dan gewoon via de mail. Daar kun je me ook bereiken als je een gaatje in de begroting hebt en denkt dat ik je daarbij kan helpen. Niet allemaal tegelijk, graag, het is bijna het einde van de maand 😉

Hard nodig: Tegen de Tuberculose

Uitgever: KNCV Tuberculosefonds, Verschijnt drie keer per jaar.

Zo’n plaatje als op bijgaande cover oogt misschien niet fris en ook de inhoud van het blad is niet iets wat je lekker tijdens het ontbijt tot je neemt. Maar mijn collega Ton Hesp en ik weten dat het de slimmerds van ons land helpt de symptomen van tuberculose beter te herkennen en er samen voor te zorgen dat die verschrikkelijke ziekte waar je een halfjaar lang vier pittige antibiotica tegen moet innemen en dan misschien toch nog dood aan gaat, voorgoed uit te bannen.

Wie denkt dat tuberculose een ziekte van vroeger is, zit er flink naast. De wereld is een global village. Ieder jaar zijn er duizend nieuwe patiënten in Nederland, die de ziekte vaak hebben opgedaan in contact met andere zieken, meestal uit verre windstreken. In Oost-Europa, Afrika en Azië sneuvelen anno 2012 jaarlijks nog steeds honderdduizenden mensen aan deze moeilijk te winnen oorlog.

Vandaar: het vakblad Tegen de Tuberculose, de vreemdste eend in mijn bijt. Het wordt drie keer per jaar uitgegeven door KNCV Tuberculosefonds (dit is nummer 2 van dit jaar, net naar de drukker), dé tbc-bestrijder van ons land. Ton en ik tekenen voor de eindredactie. De inhoud van de teksten is het terrein van onze auteurs, voornamelijk longartsen, onderzoekers en andere zorgmedewerkers in de hogere echelons. Ton en ik beperken ons tot de taaltechnische eindredactie, de opmaakbriefing en de proefcorrecties.

En vooral dat eerste en dat laatste is geen sinecure bij teksten die voor een groot deel onbegrijpelijke mumbojumbo zijn en die ook vooral niet al te begrijpelijk moeten te worden omdat de lezers het toch wel allemaal snappen, maar die wel zo foutloos mogelijk de drukpers op moeten. Gelukkig zijn we allebei best slim en zijn we bovendien na een paar jaar eindredactie van Tegen de Tuberculose aardig thuis in de gevaarlijke bacteriën, het doktersjargon, de onderzoekstechnieken en andere complexe zaken die de zorg voor tbc-patiënten en de bestrijding van infectieziekten omringen. Dus maken wij, vakidioten die we zijn, er een sport van dwars door alle Latijnse en andere ingewikkelde afleidingen heen hoe langer hoe meer gemene muggen uit de lappen grijze brij en de ‘verhelderende’ tabellen en grafieken te ziften. Zo af en toe zelfs eentje op het expertgebied van onze auteurs. Laat dat onze bescheiden bijdrage zijn aan de bestrijding van die onnoemelijke rotzak, die veel kleiner is dan een mug maar die enorme schade kan aanrichten.

Theaterfestival Boulevard

Na twee überdrukke theaterfestivals waar we zo’n beetje alle voorstellingen en ondersteunende activiteiten vastlegden voor de organisatie, was het hoog tijd voor twee rustige weekendjes… theaterfestival. Maar dan voor de pure pret, niks opdracht, gewoon naar voorstellingen gaan kijken met een zelfbetaald kaartje, rustig roseetjes drinken en pizzaatjes eten op het terras en tijd overhouden om een beetje te observeren, keuvelen, niksen. Voor wie dat wil, is Theaterfestival Boulevard in Den Bosch een uitstekende gelegenheid. Zeker als het zo’n mooi weer is als het afgelopen weekenden was.

We zagen het eerste weekend de beste voorstelling van De Bloem van de Natie, over het failliet van het kapitalisme, de mechanismen daarachter en indirect ook over de gebeurtenissen in de kunstwereld. We gingen nog eens naar Broer van Ilay den Boer, die we op Over het IJ vastlegden en die nu fiks gegroeid was richting weer een confronterende, kantelende visie op het Joods-Palestijnse conflict. We gingen wat tentjes in, onder meer bij Anna van der Kruis, een bijzondere theaterschrijfster die het leven van gewone mensen centraal stelt en ze zo eventjes bijzonder maakt – iets wat mij als journalist en fotograaf ook erg aanspreekt. Fijn kleinood, net als de familievoorstelling Poppetje gezien, kistje dicht, waarin twee maffe boekenkistdragers even uitpuffen voor het publiek.

Lees verder onder de link. Continue reading

Boulevard

Hoewel, zo zag ik, ik de foto’s van het tweede deel van Over het IJ Festival in Amsterdam nog moet bijwerken, vertrek ik morgen al weer een paar daagjes naar Den Bosch voor Theaterfestival Boulevard. Mooi festival ook, maar helaas kregen ze geen geld van het Fonds Podiumkunsten, waardoor ze min of meer in hun bestaan bedreigd worden.

Dat geldt voor meer organisaties in de cultuur. Een deel ervan is onze klant. We leven met ze mee, en hopen dat ze hun ei via andere kanalen toch kwijt gaan kunnen. Of dat de politiek na 12 september verstandig wordt en wat zotte besluiten terugdraait. De productiehuizen opheffen, bijvoorbeeld, is echt een slecht idee. Zonder kraamkamer geen nageslacht. Maar ja, domheid is niet aan het plebs voorbehouden, zo blijkt wel.