Afscheid van Oerol – tot volgend jaar!

Hoewel we al weer druk in de voorbereiding zijn voor de fotografie van het volgende festival, wil ik toch nog even netjes afscheid nemen van Oerol. Dat zou ik dolgraag doen door aan iedere voorstelling die we zagen uitgebreid aandacht te besteden, maar dat zit er even niet in – mijn goede klant Reed Business vraagt mijn aandacht voor de eindredactie van een blad, ik werk aan twee interviews voor een fotoproject bij Ilay den Boers voorstelling Broer en alle Oerolfoto’s moeten nog een keer bekeken, uitgezocht en bewerkt worden. Dus zeg ik gedag in de taal die ik alle tien dagen van het grootste Terschellingse feest het meest sprak: die van het beeld, met een beetje toelichting omdat ik het niet kan laten er toch iets over te zeggen…

De volgorde van de beelden is een beetje twisted, maar linksboven zie je een beeld van onze vrienden van de Young Gangsters, die na Over het IJ vorig jaar ook Oerol op z’n kop zetten met hun relaas over een asociale Amerikaanse familie die worstelt met het dagelijkse leven; ook nog te zien op Over het IJ 2012, de Parade in Amsterdam en andere zomerfestivals. Daarnaast een beeld van een heel bijzonder optreden van de tweelingbroers van Tangerine. Tijdens de start van de show regende het zo hard dat ze het publiek uitnodigden op het podium te komen en dat liet zich dat geen twee keer zeggen. Omdat het tijdens het spelen opklaarde, stroomde het ook voor het podium snel vol en speelden de jongens, wier harmonieuze stemmen erg doen denken aan de jonge BeeGees, in een cirkel van enthousiaste toeschouwers. Daarna twee foto’s van het sluitstuk van Oerol, een grote flashmob van SLEM waarbij nog blijvende bezoekers de vertrekkende boot uitzwaaien met rode ballonnen. De schaars geklede types zijn van Derevo; zij waren er ook de volgende dag bij het vertrek van de drukke grote boten, ondanks de opnieuw stevige bries en relatieve kou, waarvoor respect en dank. De resterende foto’s zijn van expeditieprojecten (Maartje Teussink, Expeditie Nieuw-Schittrum), de poëtische en toch rauwe voorstelling Lied van Geert Hautekiet en André Manuel en last maar zeker niet least de gevarieerde, beloftevolle opmaatroute van het Atelier Oerol, inclusief een beeld vanuit mijn positie als figurant op de dijk in Elders van Marike Splint.

Het was druk, maar prachtig. We willen iedereen die een positieve bijdrage aan ons verblijf en ons werk op dit fijne festival heeft geleverd, vrienden, vrijwilligers, medewerkers, makers, ondersteuners, van harte bedanken voor twee bijzondere weken.

Tot volgend jaar!

Inhaalrondje Oerol

Een paar dagen lang zagen we leuke, fijne projecten en voorstellingen die op zich geen heel spectaculaire foto’s opleverden. Maar in combinatie met het landschap of het publiek kan het dan toch nog heel wat worden, zoals je ziet in deze selectie foto’s die we maakten tot en met woensdag – ja, er is nog meer, maar dat moet nog door de digitale doka. Vanavond gaan we – helaas, helaas – Oerol alweer afsluiten en dat is ontzettend jammer, maar geeft ons wel gelegenheid om onze plaatjes vanaf donderdag te bekijken en ook onze duizenden al bekeken foto’s nog eens door te grasduinen voor wat extra juweeltjes.

Hier een impressie van de eerste dagen van de week.

 

Met van boven naar beneden en van links naar rechts: straattheater in west, Door de wind-Wim Staessens, Vangst-Roos van Geffen, In de lucht-Rode Boom, Celebration 3-NUT, My dinner with Andre-Karina Kroft, Lies in the Sand-Invisible Playground, De meeuwen van Tinbergen-Cowboy bij Nacht, Padvinders-Beumer & Drost en het publiek bij het wederom succesvolle Het jaar van de schlager van Berg & Bos.

Even geduld a.u.b.

Er waren tijden dat bovenstaand verzoek leidde tot weken, soms maanden wachten op de volgende post. Maar vrees niet, dit keer gaat het zeker sneller zijn dat er weer nieuws komt van het front. Nu rennen we alleen even zo van hot naar her en dat van zonsopgang tot zonsondergang (vandaag zelfs letterlijk) dat het even niet lukt stukjes en foto’s op m’n blog te plaatsen. Van de tig voorstellingen na zondag volgt snel nieuws, hopelijk binnen enkele dagen. Even geduld a.u.b.

Zondag in beeld

Bij Nick Steur, zondagochtend in het bos van Hoorn, heb ik meer m’n adem ingehouden dan gefotografeerd – bovendien houdt de jonge kunstenaar er niet van als er te veel van zijn werk wordt weggegeven. Maar bij de andere vier voorstellingen die dag (Tilted-Seasaw, Kumulus-Silence Encombrant, Blaudzun in het Bostheater en FC Bergman met Terminator Trilogie) heb ik m’n hart qua plaatjes maken aardig kunnen ophalen. Hier een bescheiden overzicht van een drukke dag op Oerol, met stiekem ook nog een voorstelling van zaterdagavond.

Landschapstheaterfotografie

“Wie heeft toch ooit bedacht dat locatietheater leuk is”, merkte locatietheaterpionier Riet Mellink gisteravond cynisch maar stiekem ook liefkozend op toen ze dik ingepakt tegen de kou en met een schuin oog naar de naderende hoosbuien loerend stond te wachten voor de poorten van NNT’s Salome. Locatie- en landschapstheater heeft net als de hare ook onze expliciete voorliefde. Ja, het is soms koud, ja, het is soms nat, en o, wat waaiden we ook zopas weer bijna weg op een Terschellings boerenerf. Maar o, wat maakt het soms mooie plaatjes en wat draagt een goed gekozen locatie bijzonder mee aan het bijzetten van kracht aan wat een theatermaker vertellen wil. Meer dan een decor, een achtergrond is de omgeving een acteur, sterker, een hoofdrolspeler die een sleutelrol speelt bij of een stuk uit de verf komt en hoe dan. Over de ins en outs daarvan zal ik eens schrijven als ik wat wakkerder ben dan vandaag. Nu maak ik mijn meelezers graag even lekker met wat beelden van die landschappelijke plekken waar die bijzondere stukken dit jaar op Terschelling staan.

Continue reading

Korte nachten, lange dagen

Wij stromen deze dagen lekker mee met het seizoen. Net als moeder natuur maken we lange dagen en hebben we korte nachten. Onze werkdagen op Oerol beginnen, na een relaxed ontbijtje, rond een uur of acht, negen met het bekijken en uitwerken van onze enorme bergen foto’s en eindigen rond elf, twaalf uur ’s nachts en meestal toch net nog een of twee uurtjes later na de laatste voorstelling en het kopiëren van ons materiaal op de harde schijf. Maar goed dat het festivalseizoen niet het hele jaar duurt en ook lekker meedeint met het ‘lichte’ seizoen 😉

Gisteren ging het festival echt van start met de langste dag – nog niet voor moeder natuur, maar wel voor ons. Eerst voor de bobo’s met de muzikale tentenroute van Dre Wapenaar op Nieuw-Schittrum en vervolgens voor iedereen met een entreebandje op de Westerkeyn, met een lied van de makers van het Atelier Oerol en een megaflashmob met knalrode ballonnen. De genodigden mochten daarna kiezen voor het NNT of voor Groupe Zur. Wij splitsten en zagen zodoende allebei.

Hier een beeldverslagje van de opening.

Geschoten is zelden mis

Naast ons werk voor Atelier Oerol en Oerol festival hebben we afgelopen dagen scènefoto’s gemaakt voor een paar gezelschappen die op Terschelling aan het werk zijn. Een lastige maar leuke klus: laverend tussen zon en schaduw, zon en regen of zon, zonsondergang en donker een voorstelling vastleggen die we niet eerder hebben gezien. Een tot anderhalf uur volle concentratie om geen moment, geen beeld, geen wezenlijke interactie te missen. Dan zo snel mogelijk naar ons huisje op een van de heerlijkste plekken van het hele eiland, om de beelden op de harde schijf te zetten en, als het nog niet midden in de nacht is, snel even te bekijken. De volgende dag bijtijds op voor een tweede blik en de selectie, meestal in meerdere rondes om de hoeveelheid uitgekozen beelden een beetje in de klauwen te houden. Daarna een soloklus voor René: de technische bewerking van de foto’s en het maken van persbestanden van de series. En dan het spannendste onderdeel van het proces: de beelden via WeTransfer naar het gezelschap versturen en… de reactie afwachten.

We zijn niet onervaren, weten dat we prima foto’s kunnen maken maar toch zijn we elke keer weer een beetje nerveus. Zeker als het gaat om makers en gezelschappen met wie we voor het eerst werken: is dit wat ze zoeken, vinden ze het een goede weergave van hun voorstelling, willen ze zich ermee naar de pers presenteren, maken we ze blij?

Dit Oerol is het ‘prijsschieten’: al wat we hebben geschoten, blijkt raak. De een na de ander sms’t, mailt of whatsappt ‘Superfoto’s!!’, ‘Wat een fijne foto’s’ en van die dingen meer. En gisteravond kwamen we zelfs een productieleider tegen die op de parkeerplaats dolenthousiast naar ons riep: ‘Hey! Ik had net een heel blije publiciteitsmedewerker aan de lijn, ze vindt de foto’s prachtig!’

Misschien vinden andere fotografen het heel vanzelfsprekend dat hun klanten blij zijn met hun werk, maar wij niet, wij zijn altijd erg verguld met gemeende complimenten en van sommige worden we zelfs oprecht warm vanbinnen. We doen het graag, we doen het goed, en wat is het fijn als mensen dat zien en waarderen. We werken ons kapot, en genieten er met volle teugen van. Lieve theatermensen: bedankt voor jullie vertrouwen, we doen ons retebest het waar te maken!

Foto’s (niet rechtenvrij) van links naar rechts: De Jongens-Aap Nood Boem, Cowboy bij Nacht-De Meeuwen van Tinbergen, DNA-Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran, NUT-Celebration 3 en Tryater-Hjir 

Vreemd Fries volkje :-)

Oerol begint pas morgen, maar wij hebben onze eerste voorstellingen al in de pocket. Eén ervan had zelfs volle bak: het Friese Tryater nam zijn vrienden gisteren mee over de Waddenzee naar een try-out van Hjir, een mimevoorstelling waarin het publiek kennismaakt met een vreemd volkje – en andersom.  220 door weer en wind gelooide koppen van een jaartje of vijftig, zestig gemiddeld, het mannelijke deel verhoudingsgewijs behoorlijk bebaard, het vrouwelijke praktisch kortgeknipt. Heel anders dan het gemiddelde Oerol-publiek, maar wel volgens waarschuwing op de freone-uitnodiging, zijn ze gekleed in een soort winterboswandelingkleding met dikke jacks en stevige schoenen.

Continue reading

Opmaat: kennismaken met de toekomst van het theater

Net als twee jaar geleden is er in de Oerol-programmering een Opmaat opgenomen. Daarin laten zeven jonge makers uit het Atelier Oerol zien wat ze in huis hebben, dit jaar nog kort en krachtig als onderdeel van een route en volgend jaar, inshallah, in een grotere voorstelling die apart staat opgenomen in het boekje. Wij zijn trots al een paar dagen deel uit te maken van deze groep talenten die samen, zonder het te weten, weer een ontzettend gevarieerde, rijke ontdekkingstocht door het theaterlandschap én door het landschap van Terschelling hebben samengesteld. Een aangrijpende voorstelling over thuis, een verstilde wandeling door een huis, een performance met een hoofdrol voor licht een donker, een muziektheatrale bijdrage van een rapper en nog drie andere ‘cadeautjes’. Kun je nog kaartjes krijgen, ga kijken. Je ziet de toekomst van het theater aan het werk en beleeft een dag om nooit te vergeten.

Hier wat plaatjes uit het voorbereidingsproces.

Verschijningen op een eiland

Na een onstuimige vaart met de autoboot meerden we zaterdag rond noen af in de haven van West-Terschelling. Het grijze, grauwe weer ontving ons niet bepaald hartelijk, maar we hadden toch allebei een welkom gevoel – het eiland is zo langzamerhand ons tweede huis, we kennen het na negen jaar behoorlijk goed.

En toch voelde het dit keer een beetje anders. Want we kwamen niet als vrijwilliger of als schrijver/fotograaf van een artikel voor een theaterblad, maar als fotograaf van Atelier Oerol, van enkele mooie gezelschappen en van het Oerol festival zelf. Je hebt geen idee wat dat doet met een mens dat in 2004 z’n hart heeft verpand aan dit tiendaagse feestje boordevol bijzondere verschijningen op tal van speciale plekken, in het bos, op het strand, op het was, in een krakkemikkig schuurtje. We mogen doen wat we al die jaren deden, heerlijk rondrennen tussen geweldige mensen die hun originele ideeën omzetten in voorstellingen, maar dan met een officiële opdracht – en een medewerkerspas. Huisfotograaf. Als ik dat een dezer dagen om m’n nek krijg gehangen, groei ik van trots, schat ik. Wauw.

Intussen zijn we al weer een paar dagen aan het rondrennen. Eerlijk is eerlijk: rondrijden, met af en toe een stukje op de fiets of te voet, want vijftig kilometer fietsen op een eiland waar windje zes waait, mwah, dat is niet zo aan mij besteed. Maar dat laat onverlet dat we het genoegen weer mogen smaken het festival te zien groeien als kool. Zo is er niks, zo staat er een tent. Zo is het een bos, zo is het een openluchttheater. Zo is het een weiland, zo is het een surrealistisch landschap vol koraalrode palen. Een landschap waar we deel van uitmaken. O joy.

Voor de buitenwereld begint Oerol vrijdag. Voor ons is het al in volle gang. Joepie.

Copyright foto’s (niet rechtenvrij): Moon Saris, Saris & den Engelsman

Terschelling, we komen eraan

De laatste zenuwachtige momenten voor vertrek naar Terschelling zijn aangebroken. Hebben we alles, vergeten we niks? Hardware, tickets, drogisterijwaren, kleren voor weer en wind en als het meezit zon? Niet te bang, op Schylge zijn ook winkels, weinig wat je er niet kunt kopen. De adressenlijstje van mensen die we nog moeten contacten voor onze Over het IJ-projecten, de bestanden van de foto’s die we daar gaan presenteren, het voorwerk dat we hebben gedaan voor het boekje dat we aan het maken zijn, de kaartjes voor m’n vriendin Ellen, en last but not least de stevigste gradatie Deet tegen die ellendige teken en muggen, nee, die mogen we echt niet vergeten, die hebben ze daar niet. Maar alle andere dingen die we mee moeten nemen, ach, rustigaan, dat komt wel goed, of we ze nu morgenochtend in de bus hebben zitten of niet.

Oerol lunatics homanid

De tribune van de Lunatics-voorstelling Hominid in afwachting van publiek tijdens Oerol 2010. Foto ©René den Engelsman

Als we eenmaal weg zijn, laten we Langelille over aan de huisoppas en mogen we even alles achter ons laten en alleen denken aan wat voor ons ligt. Een rustig weekje met makers en medewerkers van Oerol op het heerlijke Terschelling, wat fotograferen, wat filosoferen, wat doorlopen, wat hangen, wat lezen, wat ideeën voor de toekomst bedenken, wat – we zien wel. Ondanks de ongunstige weersvoorspellingen ziet het er voor het eiland best goed uit, en het meeste waait er sowieso voorbij, dus we gaan het hoe dan ook naar onze zin hebben op ons nieuwe plekkie in Mids aan Zee.

En dan, na een klein weekje, is alles opgebouwd, staat alles klaar voor de grote toestroom die het eiland zal aandoen. Het feest kan beginnen, Oerol is daar. Wij hebben er nu al zin in, in ons eerste jaar als huisfotograaf van het grootste locatietheaterfestival van Nederland, wie weet zelfs Europa. We zullen af en toe berichten, in de hoop dat jullie een beetje meegenieten. En voor lezers die ook afreizen binnen nu en tweeënhalve week: bel, mail, sms, dan doen we een bakkie op een van de vele terrassen vol gelijkgestemde openminded leuke mensen die er ook zijn.

In beeld én in woord

Wie mijn posts leest, zou kunnen denken dat ik louter fotografeer. Niets is minder waar, al vormt de theaterfotografie een groeiende factor in ons bestaan. Het redactiewerk is alleen een stuk minder beeldend, meestal wat meer routinematig en daarom vergeet ik wel eens te vertellen dat ik dat ook met heel veel plezier doe.

cover Lede(n)maat juni 2012

Cover Lede(n)maat zomer 2012 ©MoonSaris/MiepvdManakker

Net achter de rug is bijvoorbeeld de redactie en eindredactie van het ledenblad van de Landelijke Vereniging voor Geamputeerden (LVvG). Sinds 2010 maak ik dat blad met veel plezier voor een club mensen die een stukje van hun lijf missen maar die desondanks behoorlijk compleet zijn. In het bestuur zitten enkele zeer actieve leden die mijn steun en toeverlaat zijn waar het komt op meedenken over het blad en het aanleveren van teksten vanuit de patiëntenvereniging. Ik schrijf zelf ieder nummer enkele artikelen en zorg dat de redactie bij elkaar komt in een kwartaalblad van 28 of 32 pagina’s. De vaste adverteerders, die met Leden(n)maat hun doelgroep op maat kunnen bereiken, zorgen er samen met wat overheidssubsidie voor dat het blad kan worden gedrukt en verspreid onder de circa duizend leden van de vereniging en partijen uit de gezondheidszorg.

Voor het juninummer van dit jaar, dat deze week naar de drukker gaat, schreef ik twee artikelen. Een interview met kunstenaar Henk Schouten, die eind 2010 na een boel ellende zijn rechterbeen moest afgeven en die daar nu een boek en een expositie over heeft gemaakt. En een reportage over Militair Revalidatiecentrum Aardenburg in Doorn, waar een mooie club instrumentmakers (onder meer van protheses) er samen met de medische collega’s voor zorgt dat hun in combat gewond geraakte soldaten (en ook burgers) weer zo goed mogelijk aan het dagelijks leven kunnen deelnemen.

Niet onvermeld mag blijven dat ik deze productie samen maak met Miep van de Manakker, een oude rot in het grafische vak, die het blad snel en vakkundig opmaakt en met wie ik al met veel plezier samenwerk sinds ik in 1998 bij als tekstschrijver bij m’n oude baas Derix*Hamerslag begon.

Twintig. Voorstellingen van Noord

René en ik leggen deze week de laatste hand aan de foto’s voor ons project ‘Twintig. Voorstellingen van Noord’. Daarvoor hebben we de afgelopen maanden (bijna) twintig mensen van twintig jaar uit Amsterdam-Noord op de foto gezet op een plek waar ze graag komen, rust vinden, zichzelf kunnen zijn.

Het resultaat is een verzameling portretten van zowel mensen als van het landschap om ze heen. Ik noem ze landschapsportretten – of portretlandschappen, daar ben ik nog niet helemaal uit. In beide gevallen een leuk begrip om je printer mee in de war te brengen want die kent de instelling ‘portrait’ (staand) of ‘landscape’ (liggend) en dit zijn dus liggende portretten… Een mooie vorm, vinden wij, omdat de mens onlosmakelijk verbonden is met zijn omgeving en die laatste beter tot uitdrukking komt als er in het beeld letterlijk en figuurlijk meer ruimte voor is.

De presentatie van deze serie mensen en omgevingen is tijdens Over het IJ festival 2012, van 5 tot en met 15 juli in Amsterdam-Noord – twintig jaar geleden opgericht en aan de 21e editie toe. Het wordt al met al een bijzonder kijkje achter de façade van NSDM-terrein, Shell-toren en IJ-plein, het enige wat de meeste Amsterdammers kennen van het stadsdeel aan de noordelijke IJ-oevers.

Op de foto, ©Saris & den Engelsman: Shelley Appelboom, die met haar honden en die van haar klanten (uitlaatservice Mijn Beste Vriend) graag wandelt in het park tussen Amerbos en A10.  

Visitekaartje

Daar zat ik, in een overleg met een kennis en de rest van het bestuur van de stichting waarvan zij secretaris was. De stichting had een website en een folder nodig en ik zou die gaan maken. Leuke klus voor een interessante stichting in de zorgsector, een van mijn lievelingsthema’s.

In een kruisverhoor moest ik verantwoording afleggen over vergelijkbare dingen die ik had gedaan en andere dingen die ik in mijn mars had. Geen punt, want naast ontelbare tijdschriften, jaarverslagen en boeken heb ik in m’n inmiddels best aardige carrière ook genoeg folders en websites gemaakt die het daglicht bijzonder goed kunnen verdragen. Mijn portfolio sprak voor zich, leek het gezelschap te vinden. Fijn zo.

Daarna stelde ik vragen die me zouden brengen naar de kern van de behoefte van deze stichting – want misschien vonden zij zelf wel dat ze een website en een folder nodig hadden, maar misschien bleek bij dieper graven dat die communicatiemiddelen helemaal niet zouden helpen bij het bereiken van de gestelde doelen en doelgroepen.

Dat vonden ze maar lastig, met name de man die de pr-commissie voorzat en die tot nog toe de foldertjes en tekstjes zelf in elkaar had geknutseld. Waarom ik zo moeilijk deed, ze wisten toch wat ze wilden? Euh nou, jullie halen er een vakvrouw bij en om mijn vak uit te oefenen moet ik soms wat lastige vragen stellen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald, toch? Inderdaad, vonden de voorzitter en secretaris, dus ik mocht door, tot zichtbare ergernis van de ‘pr-man’.

Het overleg was klaar, we hadden de afspraak gemaakt dat ik een inhoudelijk voorstel met financiële component zou maken. Of ik een visitekaartje had, vroeg de lastpak die mij maar en lastpak vond nog. Nee, had ik niet. Een website dan. Nee, ook niet. Bijna boos wierp hij me voor de voeten dat ik wel een amateur moest zijn, een bedrijf in de communicatie en dan zelf geen communicatiemiddelen hebben, onmogelijk in zijn ogen.

Ik moest erom lachen. Ik had altijd voldoende werk dus geen behoefte aan acquisitieondersteuning. Mijn portfolio werkt prima als visitekaartje waar het op zelfpromotie aankomt. En als iemand per se wil weten waar hij me kan bereiken, werkt een handgeschreven briefje met naam, nummer en e-mailadres ook prima. Dat gaf ik hem dus.

En dat was het laatste contact dat we hadden. Een dag later belde ik mijn vriendin en zei ik dat ik de samenwerking met haar stichting, met deze meneer niet zag zitten. Niet omdat ik moeilijke mensen uit de weg ga (ik hou van ze!), maar vooral omdat ik het bijzonder onaangenaam vind te werken met mensen die mijn bijdrage als overbodig zien en mij overduidelijk een bedreiging vinden, zelfs al is alles wat ik zeg en doe volledig op hun belangen gebaseerd. Liever geen klus dan een rotklus.

En nu, zes jaar later, heb dan eindelijk het kleinood waar die pr-meneer zo naar snakte. Niet omdat anderen het nodig vonden, niet omdat ik werk tekort kom, niet omdat ik niet graag meer handgeschreven briefjes maak, maar gewoon, omdat ik er zin in had. En ook omdat de drukwerkmogelijkheden voor kleine ondernemers door het enorme aanbod van internetprinters enorm zijn gegroeid en het best lollig is voor een paar tientjes vier verschillende ontwerpen te maken met vier foto’s die ik zelf heb gemaakt.

Omdat ik toch bezig was, heb ik maar meteen even een nieuw weblog in elkaar geschroefd dat ik de komende maanden, jaren hoop uit bouwen met stukjes over dingen die ik zowel zakelijk als privé doe en die het melden waard zijn. De kop komt je vast bekend voor. Nog even en ik heb voor het eerst in m’n zakelijke bestaan ook een eigen huisstijl…