Gluren in agenda’s

Praktijkblad Ondernemingsraad is een vakblad voor, juist ja, ondernemingsraden. Het staat boordevol artikelen over ontwikkelingen in de medezeggenschap; verhalen van or-leden die samen met of dwars tegen hun directie proberen iets gedaan te krijgen voor de medewerkers van een bedrijf of instelling; en handige tips en adviezen om het or-werk zo goed mogelijk te doen. Om tussen al dat procedurele geweld ook aandacht te schenken aan de mens achter het or-lid bedachten we een aantal jaren terug De dag van, waarin ik met camera een dag(deel) meeliep met een medezeggenschapper en schetste waar die van de vroege ochtend tot en met de late avond mee te maken kreeg, niet alleen op het gebied van de or, maar ook in het gewone werk en in het leven thuis.
Begin dit jaar hebben we de rubriek omgebouwd naar De agenda en kijken we iets hapsnapper naar dezelfde mix maar dan verspreid over een week, met instagramachtige plaatjes als illustratie. Zo kunnen we meer aan de orde laten komen en een breder beeld te schetsen van een or-voorzitter, een gewoon or-lid of een adviseur in de medezeggenschapsbusiness. Diepgang hebben we in de andere artikelen al genoeg, dankzij mijn collega-journalisten, De agenda brengt juist wat lucht. Ik ben nu in de slag met de or-voorzitter van een technisch bedrijf in de omgeving Nijmegen die in z’n vrije tijd radio maakt, onderstaande afleveringen zijn eerder dit jaar verschenen.
untitled untitled untitled

De dag van… Willem van den Born, Vitens

Voor Praktijkblad Ondernemingsraad maak ik vier keer per jaar een groot artikel: de dag van… Daarin volg ik een dag een or-lid, schets ik in grote lijnen zijn werk en zoom ik in op de dwarsverbanden tussen het dagelijkse werk en het or-werk.De foto’s maak ik ook zelf.

Veel or-leden zijn kantoortijgers, maar soms sta ik met een or-lid samen tot m’n knieën in de modder, zoals tijdens de dag dat ik op pad was met Vitens-monteur Willem van den Born. Een echte verhalenverteller, die de ontwikkelingen in het land van het water al tientallen jaren op de voet volgt en al die tijd zorgt dat mensen in het gebied rond zijn woonplaats Hilversum niet (te lang) zonder zitten. Mooie kerel.

untitled

Dag van… en eindredactie Praktijkblad OR

De kandidatenlijst voor De dag van… droogde na enkele jaren een beetje uit, de interessante kandidaten leke© Saris & den Engelsmann zo langzaam maar zeker op. Stoppen met de rubriek was een overweging, maar in de laatste redactievergadering werd duidelijk dat de verhalen graag gelezen worden door de abonnees en de collega’s – het gaat eigenlijk in het blad eigenlijk altijd over de zaak en nooit over de mens achter het or-lid en dat belicht De dag van… nu juist wel. Dus deden we een oproep op LinkedIn, op hoop van zegen. De aanmeldingen stroomden binnen, niet alleen vinden onze abonnees het leuk om de rubriek te lezen, ze vinden het blijkbaar ook interessant om zich een dag door mij te laten volgen en op de foto te laten zetten. Dankbaar maakte ik een nieuwe kandidatenlijst aan, waarmee ik zeker anderhalf jaar mee vooruit kan.
De eerste bij wie ik langsging was Erwin de Boer, vicevoorzitter van de or bij Fujitsu in Maarssen – tenminste, toen ik hem bezocht, want inmiddels werkt hij voor het Internationaal Kanker Instituut Nederland, waar hij verwacht z’n bezieling en enthousiasme voor de medemens wat meer kwijt te kunnen. Een snelle denker, rap van tong ook en ambitieus op de goede manier des woords.
POR_13_07-08.indd

Nummer 100

De Landelijke Vereniging van Geamputeerden, waarvoor ik al een paar jaar het verenigingsblad Lede(n)maat maak, gaat dit najaar op in de nieuwe vereniging Korter Maar Krachtig. Nummer 100 van het blad was dus ook meteen het laatste. Ik worstelde daarom 25 jaar archieven door om een bijzonder nummer te vullen, op zoek naar mooie verhalen en de geschiedenis van het verenigingsblad en daarmee goeddeels ook die van de vereniging. Daarnaast schreef ik twee interviews, allebei op hun eigen manier heel bijzonder. Het eerste was met Caroline van den Kommer, vaste columniste van Lede(n)maat, adviseur cliëntencommunicatie en coach van mensen met een prothese/amputatie. Dat heeft ze zelf ook sinds een ongeluk als tiener. Niet leuk, maar wel iets waar je mee kunt leren leven, zo stelt ze. Leuk mens. Ik maakte ook haar portret.
InterviewCaroline
Het andere interview was met filosoof René Gude, die net nadat ik de afspraak met hem had gemaakt werd benoemd tot Denker des Vaderlands. Hij heeft botkanker en een levensprognose van maximaal twee jaar; zijn been werd twee jaar geleden geamputeerd tot aan de heup. Zijn humor verdween goddank niet met zijn been en zijn relativeringsvermogen evenmin, wel waarschuwt hij voor ontkenning van het soort ellende waar hij zelf mee te maken heeft omdat je dan vervreemdt van je geliefden – het laatste wat je in zo’n situatie wilt. Wat een bijzondere man, wat een heerlijk gesprek. En wat een compliment dat hij op mijn tekstvoorstel antwoordde ‘Het is zo mooi dat ik de kleine schaafwerkjes graag aan jou overlaat’ – geen woord wilde de beste man aanpassen in een tekst van ruim 2000 woorden. Zeldzaam karakter zonder uit de kluiten gewassen ego.
De foto’s zijn in dit geval van anderen, zijn energie was op na het gesprek. En sowieso kan ik aardig fotograferen, maar de beelden die An-Sofie Kesteleyn van Gude maakte voor de Volkskrant waren zo mooi (op de eerste pagina van het artikel en op de cover gebruikt), dat ik daar graag uit eigen zak een net bedrag voor neertelde om mijn artikel te vervolmaken.
InterviewReneGude

Redactiewerk divers

De afgelopen weken redigeerde ik onder meer weer een maandblad Praktijkblad Ondernemingsraad (POR) voor Reed Business, kwartaalblad Lede(n)maat voor de LVvG en het drie maal per jaar verschijnende Tegen de Tuberculose voor KNCV Tuberculosefonds, maakte ik een Dag van-reportage voor POR en schreef ik een C3-persbericht over de Chocolate Challenge. Over al deze opdrachtgevers en klussen berichtte ik al eerder, zie mijn eerdere blogs voor meer informatie.
POR_13_05.indd

De dag van… in nieuwe opmaak

Ook mijn vaste rubriek voor Praktijkblad Ondernemingsraad, De dag van…, is door de vormgever in een nieuw jasje gestoken. De aflevering hieronder heb ik gemaakt ruim voordat de nieuwe vormgeving klaar was en is dus, met name qua beeld, nog gebaseerd op het oude format. Over twee weken ga ik voor het eerst op pad om een nieuwe aflevering bewust in het nieuwe format in te passen. Belangrijkste verschil: ik kom niet meer weg met ritsratsfotootjes tussen de bedrijven door, want daar zijn ze een beetje te groot voor geworden. Eerder zaten ze in een fotostripje op miniformaat, tja, toen kwam het niet zo nauw. Dus maak je borst maar nat, or-lid van Connexxion Taxi Services, je gaat serieus op de foto binnenkort 🙂
POR_13_03.indd

Artikel over Tryater in TM

Een paar weken voordat we met Tryater afspraken maakten voor een aantal scèneshoots deed ik voor het enige echte theatervakblad Theatermaker een interview met de artistieke en zakelijke leiding van het gezelschap uit Leeuwarden over ‘de Friese week’ in Amsterdam, een showcase van een aantal van hun voorstellingen in theater Bellevue. Dat verscheen in het maartnummer van Theatermaker en het begon zo:

De Friezen komen weer
Het proefballonnetje dat Tryater in februari 2011 opliet bij Theater Bellevue viel zo in de smaak dat het Amsterdamse theater het Friese gezelschap vroeg ook dit jaar weer een week over te komen. Mee naar de hoofdstad reizen de Nederlandstalige jeugdvoorstelling Fabelkracht (6+), de Friestalige, boventitelde versies van Tsjechovs Oom Wanja (Omke Wanja), Werner Schwabs De presidentes (De presidintes) en de taalarme bewegingsvoorstelling Fan de stêd en it libben.

De Golle in Wirdum, De Skâns in Gorredijk en De Wjukken in Mantgum; het zijn zalen die op menige toerlijst zullen ontbreken. Zo niet bij Tryater. Zijn kerndoelstellingen nopen het gezelschap tot in de haarvaten van de provincie aanwezig te zijn, en dus bespeelt het behalve de bekende theaters ook  dorpshuizen, scholen en soms zelfs kroegen in Friesland. [lees de rest van het artikel in het mooie blad van Constant Meijers en consorten!]

Het was natuurlijk voorlopig de laatste keer dat ik voor een journalistieke uitgave over Tryater schreef, want ja, onafhankelijk kun je me langzaam maar zeker niet meer noemen. Niet dat ik het niet zou kunnen, maar je moet het niet willen. Er zijn nog gezelschappen en ontwikkelingen genoeg waar we niet direct bij betrokken zijn en waar mooie verhalen over te vertellen zijn. Wordt dus hopelijk vervolgd.

Persberichten Stichting C3

Gewend aan gigantische redactieklussen, die altijd een of meer dagen opvreten of het niks is, zijn de persberichten van de Stichting C3 aangename tussendoorsnacks. Opdracht komt binnen, even inlezen, tekst opzetten, wat schaafwerk, correcties en adviesjes over en weer en een werkuurtje of twee later is het al weer klaar. En het zijn altijd van die fijne onderwerpen, want Stichting C3 promoot chemie onder kinderen en jongeren en onderneemt, vaak in samenwerking met andere partijen, allerlei interessante activiteiten om dat te realiseren. Zo waren daar de afgelopen tijd de Week van de Procestechniek en de Lab Experience Days, allebei bedoeld om jongeren te interesseren in een baan in een technisch vakgebied. Superleuk, en beide een groot succes. De persberichten worden over het algemeen heel aardig opgepikt door websites en gedrukte media, zelfs al bevatten ze niet altijd echt groot nieuws.
Persbericht C3 - Chemie met je klas - Onderwijsmiddelen database 2012.12 - Persbericht Exp.Chem. KB_aanvulling Persbericht C3 - Procesindustrie krijgt 5000 potentiele operator Persbericht LED Groningen_Assen def

Artikelen voor magazines

Niet alleen redigeerde ik afgelopen weken vier magazines, voor twee ervan schreef ik ook. De dag van…, mijn rubriek voor Praktijkblad Ondernemingsraad, was weer aan de beurt. Daarvoor ging ik op bezoek bij revalidatiecentrum de Vogellanden in Zwolle en OC de Twijn, de school waar hun or-voorzitter Carin Smit als ergotherapeute werkt.

Verder kon Lede(n)maat, het verenigingsblad voor geamputeerden, wel wat kopij gebruiken en maakte ik daarvoor twee grote verhalen. Ik deed onder meer een interview met een zeer ervaren journalist die z’n werkzame leven sleet bij kwaliteitsbladen en kranten als Hollands Diep en NRC Handelsblad en schrijver is van diverse boeken over architectuur. Voor het eerst schreef hij over zichzelf, met het verlies van zijn been als aanleiding. Ik sprak hem over dat boek en kreeg als reactie: “Echt een goed stuk heb je gemaakt. Op een mooie manier persoonlijk.” Hoewel ik al honderden pagina’s vol schreef en vaak complimenten kreeg, is een opsteker als deze van zo’n topjournalist wel even wat anders.

Beide bladen verschijnen net voor kerst, maar hier alvast een preview. Niet alleen de teksten, ook de foto’s zijn van mijn hand.

Stichting C3, voor nieuwsgierige kids – en mij

Op LinkedIn kwam een klein maar fijn klusje voorbij. Ik dacht het niet te krijgen, maar reageerde spontaan toch, puur omdat het me zo’n leuke organisatie leek. Mijn reactie viel in de smaak, ik kreeg een kans en die heb ik gepakt. Vanaf nu schrijf ik dus af en toe een persbericht voor de C3, een stichting die chemie promoot onder kinderen en jongeren. Een belangrijk doel. En leuk!
M’n eerste berichten gaan over hun net vernieuwde website www.expeditionchemistry.nl. Ga maar eens kijken, je verdwaalt er gegarandeerd in, in de meest positieve zin des woords. Er staan allemaal geweldig leuke proefjes op die je thuis eenvoudig kunt doen, meestal met dingen die je gewoon in huis hebt. Heel geschikt voor nieuwsgierige kids – en mensen die een jong hart hebben maar niet echt thuis zijn in de scheikunde. Of wel, want ook dan is het heerlijk experimenteren met citroenbatterijen, zelfgemaakte verf of.. nou ja, ga zelf maar kijken.

 

Babypop in De Efteling

copyright Moon SarisOp een mooie woensdag in oktober slenterde ik met een vriendin – zij oma, ik bewust kinderloos – rustig en genoeglijk door het sprookjesbos. We gedroegen ons op z’n tijd als kleine kinderen, bijvoorbeeld door te antwoorden op de vragen van de Sprookjesboom (‘Hoe oud ben je?’ ‘52!’ ’42!’– zal hij niet vaak horen), mee te dansen met de Efteling-elfjes, Klein Duimpje te roepen, koppiekrauw tegen de papegaai te schreeuwen en de kat van de heks van Hans en Grietje een grrrom te ontlokken.
We realiseerden ons op z’n tijd heus dat we volwassenen waren, en allang geen Efteling-eerstelingen meer, door constateringen als: ‘hey, die Sprookjesboom lijkt sprekend op Erica Terpstra, net zulke gezellige hangwangen’, ‘tsjonge, wat racet de nieuwe vertelstem Paul de Leeuw in DWDD-tempo door het sprookje van de Indische Waterlelies heen’ of ‘en wat nou als de aanstaande moeder van Raponsje tegen de toverkol had gezegd: ben jij nou gek, heks, ik ruil m’n baby-op-komst echt niet voor een paar handjes sla’.
Meer dan vroeger zagen we ook dat er best wel het een en ander mis was in het Sprookjesbos: de rode schoentjes hebben een ijsbeerpatroon in de dansvloer gesleten, de trollenkoning moet wel heel veel moeite doen om wakker te worden, ouders moeten ernstig graven in hun herinnering om het verhaal van Vrouw Holle op te lepelen omdat het geluid het niet doet en de Eftelingelfjes lijken voor een steeds groter deel ernstig fysiek beperkt.
Maar wat ons het allermeest opviel, was het gedrag van ouders. (Lees meer onder de link) Continue reading

De dag van… or-leden

Voor een van de bladen die ik redigeer, schrijf ik ook een vaste rubriek. Die verschijnt tweemaandelijks, in Praktijkblad Ondernemingsraad, en heet vrij eenvoudig De dag van… In het driepagina-artikel (soms 2,5) introduceer ik een or-lid en beschrijf ik zijn werk, zijn bijdrage in de ondernemingsraad (or) en een beetje privéleven. Ik ga daarvoor op bezoek in zijn of haar bedrijf, loop een deel van de dag mee en interview de kandidaat over de dingen die van belang zijn voor het stuk. Tussen de bedrijven door maak ik foto’s. Zo krijgen onze lezers een indruk van andere or-leden en steken ze bovendien iets op over hoe dingen in andere ondernemingsraden geregeld zijn.
Sinds ik De dag van… vul, zat ik al in het ziekenhuis van Sneek, op de gemeente in Rhoden, bij een grote spoor- en wegenbouwer, bij een uitgeverij, bij een bedrijf voor maritiem onderzoek en op nog wat bijzondere plekken. Een soort ministages, kijkjes in keukens waar je anders niet zo makkelijk binnenkomt. Daar was ik ooit journalist om geworden en ik vind het heerlijk dat ik dat, tussen al m’n redigeerwerk door, nog af en toe mag doen.

In de aflevering in het nummer dat nu op de drukpers ligt bezocht ik een operator bij een fabriek voor veevoer, thuis in Twente en bij Hendrix UTD in het Gelderse Lochem. Hij vertelde openhartig over de samenvoeging van zijn fabriek en die van de buren, ForFarmers. Leuk gesprek, interessante sector, die ik nog een beetje ken van de begintijd van m’n eigen teksttoko, toen ik zwangerschapsvervanging deed op de marketingafdeling van Cehave Landbouwbelang in Veghel.

Over de grenzen van de fantasie

Recensie Witte en het wilde paard van Theater Gnaffel voor Theaterkrant

Foto: Ron Greve

In het theater voor kleine kinderen kun je veel flikken, als het maar uit je tenen komt. Maar als je een personage tijdens een poppenvoorstelling door drie verschillende spelers laat vertolken en je je geloofwaardigheid toch niet kwijtraakt, moet je wel van heel goeden huize komen. Dat doen Elout Hol en de zijnen, met hun vijfentwintig jaar ervaring. Hun jubileumvoorstelling Witte en het wilde paard (6+) is op alle fronten een ode aan de fantasie.

Lees verder op Theaterkrant.nl

Recensies voor Theaterkrant

Sinds ik ben gestopt met recenseren voor 8WEEKLY, de uitgever van het kwartaalblad Theater! is opgeheven en het TIN alle schrijfklussen tot het eind van zijn bestaan zelf doet, besteedde ik de laatste tijd een stuk minder woorden aan het theater dan de afgelopen zeven jaar. Daar komt waarschijnlijk verandering in. Theaterkrant, de enige echte volledig professionele theatersite van Nederland, heeft gevraagd of ik af en toe recensies voor ze wil schrijven. En dat wil ik wel, al was het maar om mijn inhoudelijke betrokkenheid bij de vormen van theater die ik fijn, interessant en belangrijk vind niet kwijt te raken. En zeker ook om ervoor te zorgen dat gezelschappen en makers die anders misschien makkelijk aan bod komen (want: te klein, te perifeer, te anders) ook landelijke pers krijgen. Dat was de belangrijkste reden dat ik ooit, lang lang geleden, TheaterCentraal mede oprichtte en jarenlang met veel liefde bloed, zweet en tranen heb gestort voor de online theaterrecensie. Te gek dat de makers van Theatermaker me dus nu vragen een bijdrage te leveren aan hun groeiende site.
M’n eerste proeve staat online. Een makkie om mee te beginnen: een bijzonder fijne, meeslepende jubileumvoorstelling van een ervaren gezelschap. Meer zal volgen.

Artikel Lede(n)maat

Alweer bijna twee jaar geleden kwam ik via een oproepje op een site aan een leuke klus als redactiecoördinator en eindredacteur van een ledenmagazine van een patiëntenvereniging. Omdat de vrijwilligers die de vereniging draaiende houden vaak genoeg hebben aan hun bestuurswerk, hebben ze niet altijd tijd om het blad ook te vullen. Dus van het begin af aan schrijf ik voor ieder nummer een of meer artikelen. Meestal menselijke interviews met leden of lotgenoten.
Dit nummer maakte ik een heel ander soort stuk: een overzichtsartikel over lotgenoten op de reguliere Olympische Spelen. Dat klinkt niet zo heel gek, behalve als je weet over wat voor soort lotgenoten het gaat, namelijk been- of armgeamputeerden. Nee, die acteren dus niet alleen op de Paralympische Spelen, maar ook op de grote broer die voorafgaand aan de Paralympics in dezelfde stadions worden gehouden. Toegegeven, het zijn er niet veel, maar in London 2012 streden er toch twee mee: de inmiddels wel bekende Oscar Pistorius, de Zuid-Afrikaanse bladerunner, en de Poolse tafeltennister Natalia Partyka. Op eerdere edities namen al een zwemster en een waterpoloër deel aan de Spelen, tussen de honderden niet-gehandicapte kanonnen van de sportwereld.
Scoren op de Paralympics is geweldig, maar meedoen en soms zelfs winnen op de reguliere Olympische Spelen, dat is toch nog een iets grotere zeldzaamheid. En daarom dacht ik dat we daar best flink aandacht aan konden besteden. Dat vond mijn opdrachtgever ook, vandaar dit 3,5 pagina grote artikel in het najaarsnummer van het ledenblad van de Landelijke Vereniging van Geamputeerden.
Dubbele spread uit Lede(n)maat, ledenblad van de Landelijke Vereniging voor Geamputeerden

The Promised Land en het journaille

Poe. Nou. Mijn beoordelingsvermogen is even stevig aan het wankelen gebracht nu het Nederlandse recensentenkorps de zomerfestivalvoorstelling die mij tot nu toe het meeste deed tot de grond toe afbrandt, met slechts her en der een positief nootje voor de enthousiaste spelers en de beste band. Pijnlijk voor alle mensen van Orkater en consorten die keihard aan The Promised Land hebben gewerkt. En, of ik moet we wel heel sterk vergissen, nog ten onrechte ook.

Want er klopt iets niet. Waar meneer en mevrouw de recensent spreken van ‘de teleurstelling van het festival’ twitteren, praten, facebooken de bepaald verwende Amsterdamse bezoekers toch vooral over een ontroerende, meeslepende en bijzondere ervaring.

Wat is er aan de hand?

‘Aan de inzet van de spelers ligt het niet’, schreef de NRC. Nee, zeker niet. Die werken zich twee uur volkomen in het zweet om de bezoeker de ervaring van zijn leven te bezorgen. Ze nemen je mee over zee, als een groep emigranten toen en ook nu, ieder stap krachtig verbeeld met bewegingsscènes die allemaal hun eigen karakter dragen. Woorden zijn ondergeschikt; dat je niet altijd goed verstaat wat wel wordt gezegd, draagt bij aan de verwarring, de angst, de onzekerheid van de groep mensen waar je ineens deel van uitmaakt. Zij kwamen immers overal vandaan en spraken allemaal andere talen, ze hadden vooral één ding gemeen: ze hadden het niet goed in Europa en wilden het graag beter krijgen in de Verenigde Staten. Zelfs al begrijp je niet alles, je voelt: de hoop op een beter leven vecht voortdurend met het afscheid van alle goede dingen van je oude bestaan. En je leert in de loop van de voorstelling: die lange, zware reis naar dat nieuwe leven, die grote aderlating van het achterlaten wat je lief is maakt niet dat dat het ineens makkelijk wordt als je aan de andere kant op de kade stapt. Enerzijds omdat je, net als thuis, ook in het beloofde land gezien wordt als een minderwaardige mensensoort en anderzijds omdat je het leed van je verleden mee hebt gedragen in je koffers en je dat bij het uitpakken weer tegenkomt. Niet alleen toen, 100 jaar geleden van Europa naar Ellis Island, maar ook nu, als reiziger, als emigrant, als vluchteling; als Russisch bruidje, als Bulgaarse gastarbeider, als Afrikaans hoertje loop je keihard tegen de muren van de bureaucratie en het opportunisme van gastlanden aan. Je moet wel een hart van steen hebben, of keihard PVV’er zijn, om die waardeloosheid, machteloosheid, afhankelijkheid niet op de een of andere manier te voelen, of zelfs mee te beleven.

 

Klik op de link hieronder om verder te lezen.

Continue reading

In beeld én in woord

Wie mijn posts leest, zou kunnen denken dat ik louter fotografeer. Niets is minder waar, al vormt de theaterfotografie een groeiende factor in ons bestaan. Het redactiewerk is alleen een stuk minder beeldend, meestal wat meer routinematig en daarom vergeet ik wel eens te vertellen dat ik dat ook met heel veel plezier doe.

cover Lede(n)maat juni 2012

Cover Lede(n)maat zomer 2012 ©MoonSaris/MiepvdManakker

Net achter de rug is bijvoorbeeld de redactie en eindredactie van het ledenblad van de Landelijke Vereniging voor Geamputeerden (LVvG). Sinds 2010 maak ik dat blad met veel plezier voor een club mensen die een stukje van hun lijf missen maar die desondanks behoorlijk compleet zijn. In het bestuur zitten enkele zeer actieve leden die mijn steun en toeverlaat zijn waar het komt op meedenken over het blad en het aanleveren van teksten vanuit de patiëntenvereniging. Ik schrijf zelf ieder nummer enkele artikelen en zorg dat de redactie bij elkaar komt in een kwartaalblad van 28 of 32 pagina’s. De vaste adverteerders, die met Leden(n)maat hun doelgroep op maat kunnen bereiken, zorgen er samen met wat overheidssubsidie voor dat het blad kan worden gedrukt en verspreid onder de circa duizend leden van de vereniging en partijen uit de gezondheidszorg.

Voor het juninummer van dit jaar, dat deze week naar de drukker gaat, schreef ik twee artikelen. Een interview met kunstenaar Henk Schouten, die eind 2010 na een boel ellende zijn rechterbeen moest afgeven en die daar nu een boek en een expositie over heeft gemaakt. En een reportage over Militair Revalidatiecentrum Aardenburg in Doorn, waar een mooie club instrumentmakers (onder meer van protheses) er samen met de medische collega’s voor zorgt dat hun in combat gewond geraakte soldaten (en ook burgers) weer zo goed mogelijk aan het dagelijks leven kunnen deelnemen.

Niet onvermeld mag blijven dat ik deze productie samen maak met Miep van de Manakker, een oude rot in het grafische vak, die het blad snel en vakkundig opmaakt en met wie ik al met veel plezier samenwerk sinds ik in 1998 bij als tekstschrijver bij m’n oude baas Derix*Hamerslag begon.