Eindredactie POR – bijna een jaar rond

Net als voorgaande jaren redigeerde ik de 40 tekstpagina’s van iedere uitgave van Praktijkblad Ondernemingsraad, een vakblad voor medezeggenschappers in alle mogelijke sectoren. Sterkere koppen, betere intro’s, fouten in structuur, stijl en taal eruit, zowel bij de teksten van professionele schrijvers als bij die van de meewerkende adviseurs en de redactiecollega’s van Reed Business Information. Daarnaast leverde ik een bijdrage aan de inhoud door het meedenken over onderwerpen en de mogelijke insteken van de artikelen, zorgde ik voor beelden bij de artikelen, via stockbureaus, het fotobureau van Rbi en in direct contact met onze vaste illustratoren (Peter Cuypers, Joep Bertrams, Ludo de Boo en Arend van Dam), briefte ik de vormgevers in India en corrigeerde ik de proeven direct in de aangeleverde InDesign-files.

untitled untitled untitled untitled untitled untitled

Eindredactie Praktijkblad Ondernemingsraad

Acht keer per jaar maak ik een blad over medezeggenschap voor Reed Business Information. Dat onderwerp gaat nooit vervelen. Het gaat over hoe mensen in de or en andere vormen van medezeggenschap en hoe ze al dan niet meepraten over de ontwikkelingen in hun organisatie die het personeel aangaan – in principe bijna alles dus. De ontwikkelingen rond dit thema staan niet stil, de wet- en regelgeving verandert voortdurend, net als de manier waarop mensen werken en de bedrijven waarin ze werken. Ondernemingsraadsleden verzinnen allerlei manieren, zowel op grote als kleine schaal, waarop ze medezeggenschap kunnen bedrijven.

Er zijn dit jaar al twee nummers verschenen, de derde is net naar de drukker. Dit zijn de eerste twee covers.

Dag van… en eindredactie Praktijkblad OR

De kandidatenlijst voor De dag van… droogde na enkele jaren een beetje uit, de interessante kandidaten leke© Saris & den Engelsmann zo langzaam maar zeker op. Stoppen met de rubriek was een overweging, maar in de laatste redactievergadering werd duidelijk dat de verhalen graag gelezen worden door de abonnees en de collega’s – het gaat eigenlijk in het blad eigenlijk altijd over de zaak en nooit over de mens achter het or-lid en dat belicht De dag van… nu juist wel. Dus deden we een oproep op LinkedIn, op hoop van zegen. De aanmeldingen stroomden binnen, niet alleen vinden onze abonnees het leuk om de rubriek te lezen, ze vinden het blijkbaar ook interessant om zich een dag door mij te laten volgen en op de foto te laten zetten. Dankbaar maakte ik een nieuwe kandidatenlijst aan, waarmee ik zeker anderhalf jaar mee vooruit kan.
De eerste bij wie ik langsging was Erwin de Boer, vicevoorzitter van de or bij Fujitsu in Maarssen – tenminste, toen ik hem bezocht, want inmiddels werkt hij voor het Internationaal Kanker Instituut Nederland, waar hij verwacht z’n bezieling en enthousiasme voor de medemens wat meer kwijt te kunnen. Een snelle denker, rap van tong ook en ambitieus op de goede manier des woords.
POR_13_07-08.indd

Nummer 100

De Landelijke Vereniging van Geamputeerden, waarvoor ik al een paar jaar het verenigingsblad Lede(n)maat maak, gaat dit najaar op in de nieuwe vereniging Korter Maar Krachtig. Nummer 100 van het blad was dus ook meteen het laatste. Ik worstelde daarom 25 jaar archieven door om een bijzonder nummer te vullen, op zoek naar mooie verhalen en de geschiedenis van het verenigingsblad en daarmee goeddeels ook die van de vereniging. Daarnaast schreef ik twee interviews, allebei op hun eigen manier heel bijzonder. Het eerste was met Caroline van den Kommer, vaste columniste van Lede(n)maat, adviseur cliëntencommunicatie en coach van mensen met een prothese/amputatie. Dat heeft ze zelf ook sinds een ongeluk als tiener. Niet leuk, maar wel iets waar je mee kunt leren leven, zo stelt ze. Leuk mens. Ik maakte ook haar portret.
InterviewCaroline
Het andere interview was met filosoof René Gude, die net nadat ik de afspraak met hem had gemaakt werd benoemd tot Denker des Vaderlands. Hij heeft botkanker en een levensprognose van maximaal twee jaar; zijn been werd twee jaar geleden geamputeerd tot aan de heup. Zijn humor verdween goddank niet met zijn been en zijn relativeringsvermogen evenmin, wel waarschuwt hij voor ontkenning van het soort ellende waar hij zelf mee te maken heeft omdat je dan vervreemdt van je geliefden – het laatste wat je in zo’n situatie wilt. Wat een bijzondere man, wat een heerlijk gesprek. En wat een compliment dat hij op mijn tekstvoorstel antwoordde ‘Het is zo mooi dat ik de kleine schaafwerkjes graag aan jou overlaat’ – geen woord wilde de beste man aanpassen in een tekst van ruim 2000 woorden. Zeldzaam karakter zonder uit de kluiten gewassen ego.
De foto’s zijn in dit geval van anderen, zijn energie was op na het gesprek. En sowieso kan ik aardig fotograferen, maar de beelden die An-Sofie Kesteleyn van Gude maakte voor de Volkskrant waren zo mooi (op de eerste pagina van het artikel en op de cover gebruikt), dat ik daar graag uit eigen zak een net bedrag voor neertelde om mijn artikel te vervolmaken.
InterviewReneGude

Redactiewerk divers

De afgelopen weken redigeerde ik onder meer weer een maandblad Praktijkblad Ondernemingsraad (POR) voor Reed Business, kwartaalblad Lede(n)maat voor de LVvG en het drie maal per jaar verschijnende Tegen de Tuberculose voor KNCV Tuberculosefonds, maakte ik een Dag van-reportage voor POR en schreef ik een C3-persbericht over de Chocolate Challenge. Over al deze opdrachtgevers en klussen berichtte ik al eerder, zie mijn eerdere blogs voor meer informatie.
POR_13_05.indd

Nieuwe vormgeving Praktijkblad Ondernemingsraad

Al maanden, of eigenlijk al jaren, zeurde ik de hoofdredactie van Praktijkblad Ondernemingsraad aan het hoofd dat de vormgeving van het blad echt eens bijgeschaafd of liefst helemaal vernieuwd moest worden. Het format is ooit gemaakt door een heuse vormgever en in het begin maakten ze daar ook op, maar sinds een paar jaar wordt het blad met door ons aangeleverde content ingevuld bij een grote DTP-organisatie in een ver buitenland. Die jongens en meisjes daar willen best en ze kunnen ook, maar ze moeten in heel korte tijd veel werk verzetten en dan is een ander format vereist dan wat er lag. Een dat zowel strak als flexibel is en vooral ook: duidelijk. En als we toch bezig waren, mocht het ook wel wat moderner, opener, frisser en wat beter passen bij de neergelegde claim ‘gids in medezeggenschap’.
Eind vorig jaar kreeg ik een cadeau van de hoofdredacteur: er was budget over, dus die nieuwe vormgeving zou er komen. Nou kan ik op redactioneel gebied best veel, maar vormgeven, dat kan ik zelf niet. Althans, wel in m’n hoofd, maar niet op een heus InDesign-velletje. Maar gelukkig zijn er andere mensen die daar heel goed in zijn. Dus werd Verheul Communicatie gebeld en konden zij na een briefing aan de slag met het maken van voorstellen.
Het was even wat heen-en-weer-gemail, -gebel en -gepraat, maar uiteindelijk ligt er sinds half februari een totaal omgegooide vormgeving waar alle partijen die ermee moeten werken goed uit de voeten kunnen. De eerste reacties van lezers zijn positief, al zijn sommigen ook uitermate kritisch op punten – maar wat wil je ook, met ondernemingsraadsleden, die wel hoog moeten scoren op de schaal van kritisch als ze hun or-werk goed willen kunnen doen. Wij horen het graag, en zullen kijken waar het binnen het neergelegde format nog beter kan.
Hier een paar spreads in de oude en in de nieuwe vormgeving. Verschil, nietwaar?
01-03 Cover.indd
#30449-1_pOR 1 2013-def.pdf

01-03 Cover.indd#30449-1_pOR 1 2013-def.pdf

 

01-03 Cover.indd#30449-1_pOR 1 2013-def.pdf

01-03 Cover.indd#30449-1_pOR 1 2013-def.pdf

Eindredactie x 4

Grootste klap aan werk de afgelopen maanden, tussen het vakantievieren door, was de eindredactie van mijn vaste blad Praktijkblad Ondernemingsraad en m’n tijdelijke magazine Flexmarkt.
Ik moet zeggen dat ik het, ook na vijftien jaar, nog wel altijd heel lekker vind om alle materiaal voor een tijdschrift bij elkaar te graven en het zo te kantelen en te keren dat het een voor de lezers aantrekkelijk geheel wordt. Teksten een beetje vloeiender en vooral ook foutlozer, koppen een beetje strakker, leads en intro’s wat gelikter, een paar stevige streamers, een mooi beeld erbij geregeld of gezocht en dan een briefing naar de opmaak die dat allemaal in het format zet. Tot slot nog wat rondjes proeven, waarin ik me lekker te buiten mag gaan met een van m’n lievelingsbezigheden: muggenziften. Hier het resultaat in covers.

Coverillustratie: Ymke Pas

Flexmarkt nummer 1/2 2013

Coverfoto: Ton Kastermans

Flexmarkt nummer 12 2012

Coverillustratie: Peter Cuypers

Praktijkblad Ondernemingsraad 12 2012

Coverillustratie: Peter Cuypers

Praktijkblad Ondernemingsraad 1/2 2013

Bij Praktijkblad OR ging de hele vormgeving totaal op z’n kop. Daarover in een volgend blogje meer.

Flexmarkt als vervanger

Flex_12_12_p01-p03.inddDe hoofdredacteur van Praktijkblad Ondernemingsraad heeft nog wat meer bladen in haar pakket. Een ervan is Flexmarkt. De eindredacteur van dat blad over de uitzenders van flexibele krachten en andere tijdelijke werknemers is met zwangerschapsverlof en ik neem het drie nummers van haar over. Hartstikke leuk om weer eens met een andere wereld bezig te zijn dan die horen bij de bladen die ik regelmatig redigeer. Ook leuk: ik pas wel bij het blad, want ben er ook een tijdelijke, flexibele werknemer 🙂

Artikelen voor magazines

Niet alleen redigeerde ik afgelopen weken vier magazines, voor twee ervan schreef ik ook. De dag van…, mijn rubriek voor Praktijkblad Ondernemingsraad, was weer aan de beurt. Daarvoor ging ik op bezoek bij revalidatiecentrum de Vogellanden in Zwolle en OC de Twijn, de school waar hun or-voorzitter Carin Smit als ergotherapeute werkt.

Verder kon Lede(n)maat, het verenigingsblad voor geamputeerden, wel wat kopij gebruiken en maakte ik daarvoor twee grote verhalen. Ik deed onder meer een interview met een zeer ervaren journalist die z’n werkzame leven sleet bij kwaliteitsbladen en kranten als Hollands Diep en NRC Handelsblad en schrijver is van diverse boeken over architectuur. Voor het eerst schreef hij over zichzelf, met het verlies van zijn been als aanleiding. Ik sprak hem over dat boek en kreeg als reactie: “Echt een goed stuk heb je gemaakt. Op een mooie manier persoonlijk.” Hoewel ik al honderden pagina’s vol schreef en vaak complimenten kreeg, is een opsteker als deze van zo’n topjournalist wel even wat anders.

Beide bladen verschijnen net voor kerst, maar hier alvast een preview. Niet alleen de teksten, ook de foto’s zijn van mijn hand.

Redigeren, redigeren, redigeren

Lieve mensen die af en toe naar mijn blog komen om hier updates te lezen over mijn whereabouts en vorderingen: nog heel even geduld a.u.b. Ik ben de afgelopen weken vooral bezig geweest met redigeren, redigeren en nog eens redigeren van vier magazines die nog voor de kerst bij de lezers op de mat moeten liggen. Dat is leuk werk, en ook nuttig, maar het is niet zo interessant om uitgebreid over te vertellen op mijn blog. En bovendien had ik er zo veel van dat ik weinig tijd overhield om er stukskes over te schrijven.
De echte eindredactie is inmiddels zo goed als achter de rug, de opmaakproeven rollen langzaam maar zeker binnen. Dus komende week krijg ik, na het geven van akkoord om te gaan drukken, weer wat tijd om jullie bij te praten. Bijvoorbeeld over de foto-opdrachten die ik de laatste weken heb gedaan en de interviews die ik heb geschreven. Mooie verhalen in woord en beeld, kijk, daar zitten jullie dan weer wel op te wachten. Nog heel eventjes.

Hard nodig: Tegen de Tuberculose

Uitgever: KNCV Tuberculosefonds, Verschijnt drie keer per jaar.

Zo’n plaatje als op bijgaande cover oogt misschien niet fris en ook de inhoud van het blad is niet iets wat je lekker tijdens het ontbijt tot je neemt. Maar mijn collega Ton Hesp en ik weten dat het de slimmerds van ons land helpt de symptomen van tuberculose beter te herkennen en er samen voor te zorgen dat die verschrikkelijke ziekte waar je een halfjaar lang vier pittige antibiotica tegen moet innemen en dan misschien toch nog dood aan gaat, voorgoed uit te bannen.

Wie denkt dat tuberculose een ziekte van vroeger is, zit er flink naast. De wereld is een global village. Ieder jaar zijn er duizend nieuwe patiënten in Nederland, die de ziekte vaak hebben opgedaan in contact met andere zieken, meestal uit verre windstreken. In Oost-Europa, Afrika en Azië sneuvelen anno 2012 jaarlijks nog steeds honderdduizenden mensen aan deze moeilijk te winnen oorlog.

Vandaar: het vakblad Tegen de Tuberculose, de vreemdste eend in mijn bijt. Het wordt drie keer per jaar uitgegeven door KNCV Tuberculosefonds (dit is nummer 2 van dit jaar, net naar de drukker), dé tbc-bestrijder van ons land. Ton en ik tekenen voor de eindredactie. De inhoud van de teksten is het terrein van onze auteurs, voornamelijk longartsen, onderzoekers en andere zorgmedewerkers in de hogere echelons. Ton en ik beperken ons tot de taaltechnische eindredactie, de opmaakbriefing en de proefcorrecties.

En vooral dat eerste en dat laatste is geen sinecure bij teksten die voor een groot deel onbegrijpelijke mumbojumbo zijn en die ook vooral niet al te begrijpelijk moeten te worden omdat de lezers het toch wel allemaal snappen, maar die wel zo foutloos mogelijk de drukpers op moeten. Gelukkig zijn we allebei best slim en zijn we bovendien na een paar jaar eindredactie van Tegen de Tuberculose aardig thuis in de gevaarlijke bacteriën, het doktersjargon, de onderzoekstechnieken en andere complexe zaken die de zorg voor tbc-patiënten en de bestrijding van infectieziekten omringen. Dus maken wij, vakidioten die we zijn, er een sport van dwars door alle Latijnse en andere ingewikkelde afleidingen heen hoe langer hoe meer gemene muggen uit de lappen grijze brij en de ‘verhelderende’ tabellen en grafieken te ziften. Zo af en toe zelfs eentje op het expertgebied van onze auteurs. Laat dat onze bescheiden bijdrage zijn aan de bestrijding van die onnoemelijke rotzak, die veel kleiner is dan een mug maar die enorme schade kan aanrichten.

Naar de drukker: Praktijkblad OR

Cover Praktijkblad Ondernemingsraad, zomer 2012

De cover van het binnenkort verschijnende zomernummer, ontworpen door Peter Cuypers

Ik begon dit stukje in eerste instantie met ‘Waarschijnlijk heb ik het lustrum zonder erover na te denken laten passeren. Best jammer, want je moet iedere gelegenheid aangrijpen om te vieren, zeker waar het gaat om een fijne en interessante klus terwijl die niet voor het oprapen liggen.’

Ik besloot het even na te kijken, en wat blijkt? Op de kop af vijf jaar geleden leverde ik voor de allereerste keer een bijdrage aan de eindredactie van het blad waar ik over wilde schrijven, Praktijkblad Ondernemingsraad. Toen nog via Hesp & Robroek, een redactiebureau van twee heren met wie ik veel zaken deed in de begintijd van mijn zelfstandige bestaan. Van een van hen hebben we inmiddels veel te vroeg afscheid moeten nemen. Met de ander werk ik nog steeds samen, aan de eindredactie van een blad dat hier later de revue zal passeren en soms aan wat losse klusjes als hij het werk niet meer gedaan krijgt.

Praktijkblad OR, een van de vlaggenschepen uit het human resources-portfolio van Reed Business, ligt inmiddels qua eindredactie, beeldredactie en proevencorrecties volledig op mijn bordje, gelukkig in goede samenwerking met de redactiecoördinator en de hoofdredacteur. Tien keer per jaar ontvang ik de berg teksten van onze vakschrijvers en journalisten, ontdoe die van spel-, stijl- en inhoudelijke fouten en van al te ernstig jargon, zoek en bestel er beeld bij en maak alles klaar voor de opmaak. Een kleine week later doe ik de proefcorrecties en niet veel later kan het blad de persen op, om weer een weekje later op de mat te vallen bij enkele duizenden lezers in de wereld van de medezeggenschap, voornamelijk ondernemingsraadsleden en ambtelijk secretarissen.

Een fijne klus, waarbij ik inmiddels aardig op routine kan varen maar waar ik ook nog steeds veel van leer omdat de ontwikkelingen ook op dit gebied niet stilstaan.

In beeld én in woord

Wie mijn posts leest, zou kunnen denken dat ik louter fotografeer. Niets is minder waar, al vormt de theaterfotografie een groeiende factor in ons bestaan. Het redactiewerk is alleen een stuk minder beeldend, meestal wat meer routinematig en daarom vergeet ik wel eens te vertellen dat ik dat ook met heel veel plezier doe.

cover Lede(n)maat juni 2012

Cover Lede(n)maat zomer 2012 ©MoonSaris/MiepvdManakker

Net achter de rug is bijvoorbeeld de redactie en eindredactie van het ledenblad van de Landelijke Vereniging voor Geamputeerden (LVvG). Sinds 2010 maak ik dat blad met veel plezier voor een club mensen die een stukje van hun lijf missen maar die desondanks behoorlijk compleet zijn. In het bestuur zitten enkele zeer actieve leden die mijn steun en toeverlaat zijn waar het komt op meedenken over het blad en het aanleveren van teksten vanuit de patiëntenvereniging. Ik schrijf zelf ieder nummer enkele artikelen en zorg dat de redactie bij elkaar komt in een kwartaalblad van 28 of 32 pagina’s. De vaste adverteerders, die met Leden(n)maat hun doelgroep op maat kunnen bereiken, zorgen er samen met wat overheidssubsidie voor dat het blad kan worden gedrukt en verspreid onder de circa duizend leden van de vereniging en partijen uit de gezondheidszorg.

Voor het juninummer van dit jaar, dat deze week naar de drukker gaat, schreef ik twee artikelen. Een interview met kunstenaar Henk Schouten, die eind 2010 na een boel ellende zijn rechterbeen moest afgeven en die daar nu een boek en een expositie over heeft gemaakt. En een reportage over Militair Revalidatiecentrum Aardenburg in Doorn, waar een mooie club instrumentmakers (onder meer van protheses) er samen met de medische collega’s voor zorgt dat hun in combat gewond geraakte soldaten (en ook burgers) weer zo goed mogelijk aan het dagelijks leven kunnen deelnemen.

Niet onvermeld mag blijven dat ik deze productie samen maak met Miep van de Manakker, een oude rot in het grafische vak, die het blad snel en vakkundig opmaakt en met wie ik al met veel plezier samenwerk sinds ik in 1998 bij als tekstschrijver bij m’n oude baas Derix*Hamerslag begon.