RIJKS: modern-klassiek met hier en daar een verrassing

Groot voordeel van een vent die bij het Rijksmuseum werkt: je krijgt soms heel fijne ‘kerstpakketten’. Afgelopen feestdagen een bon voor een geheel verzorgd diner bij het classy, los-vast aan het museum gekoppelde restaurant van chefkok Joris Bijdendijk, RIJKS. We krijgen de RIJKStafel voorgeschoteld, een prettig modern-klassiek vijfgangenmenu met her en der een fijne verrassing.

Rijksrestaurant - © Saris & den EngelsmanHet is een drukke donderdagavond, een paar weken geleden. Het museum is extra geopend voor de populaire tijdelijke expo De late Rembrandt; voor- en achteraf (ja, na negenen!) schuiven bezoekers uit de hele wereld aan Bijdendijks dis. De meesten in kostuum (heren) of net ensemble (dames), een enkeling op z’n doordeweeks (René).
Het voelt vol, maar niet hectisch. Er is aandacht voor alle gasten, maar niet overdreven veel – op een enkele uitzondering na, vermoedelijk vaste of kritische gasten. Kregen we vorige keer, niet lang na de opening, de sommelier aan tafel voor advies, dit keer moeten we het doen met een ‘gewone’ medewerker die duidelijk geen vinologisch expert is maar gelukkig wel weet wat ze moet schenken. De gangen volgen elkaar zo snel op dat we na gerechtje drie even een pauze laten inlassen. Die wordt ons van harte gegund.
Ik laat alle vijf de gangen en ook de amuse even de revue passeren in een korte beschrijving met wat kritische toetsen – als een stuurvrouw aan wal, dat realiseer ik me terdege, want ik zou ondanks enig kooktalent geen van deze gerechten zonder een enorme berg hulp op tafel kunnen zetten.
Continue reading

TREKken rond de Lauwersmeer

Er kwam iets nieuws in het noorden. Het heette TREKfestival, het zag er erg spannend uit en het had enthousiaste ‘trekkers’ die er duidelijk een succes van wilden maken. De trekvogel was het centrale gegeven, de periode dat ze terugkeren van hun winterreis was de tijd waarin het zou gebeuren. Rondom de Lauwersmeer, waar de vogels in groten getale en in een enorme soortenrijkdom neerstrijken. De invulling was vooral cultureel, waar mogelijk geënt op de trek en het landschap.

Even overwoog ik contact te leggen. Maar toen ik las dat ze voor alle posten vrijwilligers zochten (wat wij niet zijn) en ik bovendien even wat andere dingen te doen had (zie pauzeberichten vanaf november 2013), heb ik dat achterwege gelaten. René ‘trok’ deze winter z’n eigen plan en legde contact zonder vooroverleg met z’n hoogstpersoonlijke marketeer (ik zei de gek). Hij was vooral getriggerd door het openingsconcert van Sytze Pruiksma, de beminnelijke Friese componist van wie we al in 2009 een concert op Oerol zagen en met wie hij twee jaar geleden twee nachtjes in een Terschellings pension aan het ontbijt zat. Gelijk heeft-ie, prachtig wat die man maakt, heel aards en toch zo hemels.

De organisatie was meteen enthousiast over het idee dat we foto’s wilden komen maken, er was eigenlijk geen budget, maar als Saris & den Engelsman zouden komen, tja, dan zouden ze eens gaan graven en sowieso konden we ergens overnachten – lief hoor 🙂 Zo gezegd, zo gedaan, zoeken werd vinden en eind maart togen we een lang weekend naar het Lauwersmeergebied, waar van we van hot naar her zouden crossen om zoveel mogelijk van het grote programma vol kleine optredentjes en workshops mee te pikken.

Continue reading

Sneak previews Tryater

sneakEen of twee keer per jaar geeft Tryater sneak previews, verse inkijkjes in projecten die gaan komen, experimentjes die misschien ooit projecten gaan worden of proefjes die misschien nooit een direct vervolg krijgen maar wel een interessante samenwerking opleveren. Dit voorjaar waren er weer twee, die ik mocht fotograferen. Heel verschillend, maar met een klein linkje in het creatieve brein.

De eerste is een behoorlijk affe multimediale voorstelling/installatie van Judith Nab: Mijn huis, de rest van de wereld (en daarbuiten). Haar werk is al jarenlang in heel Europa te zien, maar niet zo veel in Nederland. Gelukkig was deze dat wel, want o, was is dit fijn. Nab koppelde de ideeën van wetenschappers over aarde, heelal en diepzee aan de visie van kinderen op dezelfde thema’s en dat levert even verrassende als maffe ideeën op. En niet te vergeten schitterende beelden, deels gefilmd, deels getekend en deels een combinatie van allebei, die rondom je worden geprojecteerd op drie muren van de ruimte, je dus zo goed als geheel omgeven (want verder dan 270 graden kunnen de meeste mensen heus niet kijken ;-)) en daarmee onvermijdelijk bij je binnenkomen.

De tweede komt ook binnen en hoe. Een beetje onwennig presenteerde een zo aan de spotlights gewende Tamara Schoppert een prille eerste versie van een klein stukje van ‘De Schoenen van mijn moeder’ (werktitel, zie verderop). Onwennig, niet omdat ze dit keer niet acteert maar regisseert, want dat deed ze de laatste jaren al vaker met veel succes (wij herinneren ons een fantastische Disco Pigs, de helaas niet verder doorgeproduceerde indrukwekkende sneak preview Sy en heel recent het schattige Biggels en Tuiten). Nee, waarschijnlijk komt het doordat er meer van haarzelf in deze voorstelling zit dan ooit tevoren. Grote inspiratiebron is namelijk haar eigen manisch-depressieve moeder (nu heet dat bipolair) – voorwaar geen eenvoudig onderwerp om aan te kaarten voor kinderen vanaf 8, de doelgroep van het inmiddels Mama Gazoline gedoopte stuk. Omdat actrice Aly Bruinsma andere bezigheden had, gaf ze de presentatie samen met acteur Tijs Huys, die ook in de uiteindelijke versie zal spelen. Als ze voortzet wat ze hier in het piepklein liet zien, wordt het een theatrale, poëtische, liefdevolle schets van zowel de pijnlijke als de mooie kanten van de kronkels in haar moeders hoofd en hoe die voelen voor een kind.

Fries Food Festival: food for thought, knorrende magen

Omdat wij van eten houden, in het bijzonder van lekker eten van (of op) eigen bodem, lieten wij ons eenvoudig verleiden vandaag een tripje naar Leeuwarden te maken. Daar was het derde Fries Food Festival, met als motto: proeven, beleven, doen. Let’s go!
We vertrokken rond lunchtijd zonder te hebben gegeten en sloegen ook het boodschappen doen over. Zou geen probleem zijn om ter plaatse een lekker menuutje samen te stellen voor tussen de middag zodat we thuis vanavond met een boterham toe zouden kunnen. Dachten we.

Tien
Rond een uur of een kwamen we schouwburg De Harmonie binnen, na het betalen van een tientje elk. Tien minuten later hadden we ons eerste rondje gemaakt. We houden ervan een evenement snel te scannen en daarna de diepte in te gaan, maar deze speedscan was wel een tikkie te rap naar onze zin. Een dik dozijn stands binnen, twee buiten, dat heb je zo gezien. En de workshops: helaas alleen voor kinderen die mochten knutselen met groente en andere etenswaar en pas om vier uur het enige doeding voor ‘grote mensen’, namelijk visfileren door het Ailand in Lauwersoog. Continue reading

Recensies Boulevard op Theaterkrant

We gingen voor de lol naar Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Tot er een uitnodiging binnenkwam om voor Theaterkrant naar dat fijne festival te gaan. Dus deden we FC Bergman omdat we het per se wilden zien – en daar kregen we geen spijt van, de beste voorstelling die ik zag in tijden! – en gingen we daarnaast naar Suikerspin van Laika en tentjestheater op de Bossche Parade voor recensies op ‘s lands enige professionele theatersite.
Ze zijn inmiddels online verschenen, hierbij de eerste alinea’s. Lees verder op Theatrerkrant.nl als je nieuwsgierig bent geworden.

Familiegeheimen uit een kermistent

Laika-Suikerspin, ©foto: Rene den Engelsman

Laika-Suikerspin, ©foto: Rene den Engelsman


De mallemolen van het leven draait al een tijdje niet meer de goede kant op voor kermisklant Arthur. Toch kan hij het niet over zijn hart verkrijgen van zijn aftandse attractie af te stappen, het is nu eenmaal zijn wereld en daarbuiten kent hij niks. Bovendien is die molen eigenhandig gebouwd door zijn vader, zoon van een legendarische kermisbaas. Tenminste, legendarisch in Arthurs ogen, want langzaam maar zeker komen de familiegeheimen boven tafel en blijkt opa net zo’n schuinsmarcheerder en sjoemelaar te zijn geweest als hij zelf is.

Lees verder op Theaterkrant.

Tentjestheater Boulevard

Blues in Boxes II - De zon schijnt niet in uw tv ©foto: Rene den Engelsman

Blues in Boxes II – De zon schijnt niet in uw tv ©foto: Rene den Engelsman

Verschillende voorstellingen achter elkaar zien is op Theaterfestival Boulevard niet zo makkelijk, de meeste overlappen elkaar. Maar gelukkig zijn er altijd nog de tentjes aan de rand van festivalplein de Parade, met meer dan voldoende kwaliteit om een mooi programma samen te stellen. Soms ontdek je een thema, zoals in de tentjesroute ‘Relaties’.

Lees verder op Theaterkrant.

Verslaggever Stiltefestival

Eergisteren verschenen op BredaVandaag: mijn blogje voor en over het Stiltefestival, geschreven op verzoek van de zakelijk leider omdat hij er een dagje geen zin in had en ze mij nu eenmaal hadden ingehuurd als verslaggever – officieel wel voor een achterafverslag, maar vooruit dan 😉

“Stel je een voorstelling voor. En vergeet meteen je voorstelling van die voorstelling weer. Want wat Katrina Brown en Han Buhrs doen, lijkt daar toch helemaal niet op. Niks groot decor, niks passende muziek, niks tribune vol grote mensen.

© Saris & den Engelsman Een loeigroot wit vel, wat stukjes houtskool, een danseres en een muzikant die puur zichzelf als instrument gebruikt, en een stuk of twintig, dertig peuters of kleuters eromheen. Dat is het uitgangspunt van Ets-Beest. Die voorstelling is maandag twee keer te zien geweest in het zaaltje van De Stilte aan de Markendaalsweg. Of, nou ja, te zien, het lijkt meer op meemaken, en dat dan in de meest letterlijke betekenis van het woord: mee-maken.

Dat is best gek, want de code in het theater is meestal: stil zitten, mondjes dicht. Dat zeggen de juffen van tevoren dan ook, en de kindjes luisteren er over het algemeen braaf naar. Maar stil zitten, stil zijn, dat is wel heel erg moeilijk als een man allemaal gekke geluidjes maakt met z’n mond en er een mevrouw over de witte vloer buitelt in de gekste bewegingen die ondertussen allemaal krabbeltekeningen om zich heen maakt.

© Saris & den EngelsmanDus of je nou wilt of niet, je gaat vanzelf een beetje mee bewegen. En voor je het weet heb je zo’n stukje houtskool vast en zit je op de rand van het papier een beetje mee te kliederen. Tot je beseft wat je doet, en geschrokken ophoudt met dansen. Of een tik op de vingers krijgt van de juf en het houtskool aan de kant legt. Mag niet, shhht, stil zitten.

De makers van Ets-Beest zoeken die spanning expres een beetje op. Ze dagen, als het niet vanzelf gebeurt, kinderen uit mee te tekenen, mee te bewegen, de vloer op te komen. Dat gaat soms makkelijker dan anders, maar het lukt altijd en uiteindelijk zitten zo goed als alle kinderen op de vloer driftig te tekenen aan een groot kunstwerk dat bestaat uit allemaal kleine kunstwerkjes, heel abstract soms, maar ook kastelen, bloemen, hartjes.

Ze tekenen binnen de lijntjes van het grote vel, maar kleuren buiten de lijntjes van de regels die in het theater gelden. En dat is een genot om te doen – want wie vindt het nou niet lekker om zichzelf helemaal te mogen laten gaan, lekker vies te worden; kijk juf, zwarte handjes! – en zeker ook een genot om van een afstandje naar te kijken, als groot mens op een zo goed als lege tribune.”

Inhaalrondje fotografie: Young Gangsters

Twee lieve meiden die heel gemeen theater maken, dat is de Young Gangsters in een notendop. In de traditie van filmregisseur Quinten Tarantino buitelen in hun voorstellingen de grofheden en het geweld in een wervelwind over het publiek heen. Dat is niet anders in de nieuwste, The New Rambo Generation, al kunnen we de dames Lotte Bos en Annechien de Vocht dit keer toch echt betrappen op een stevige dosis inhoud en diepgang. Ze vertellen in krachttermen en vechtbewegingen een verhaal over de Vietnamoorlog vanuit het Amerikaanse perspectief, maar eigenlijk gaat het over alle ‘missies’ die de westerse wereld over de aardbol heeft uitgevoerd. Over hoe oorlog overgaat in spel en andersom, over hoe een machtspositie zelden tot fijne samenwerking en vriendelijke bejegening leidt, over hoe de soldaten naar de plaatselijke bevolking kijken en niet in de laatste plaats over hoe de grootste lafbek als grootste held wordt binnengehaald. De jonge jongens in de voorstelling zouden, als ze er niet voor hadden gekozen acteur te worden, stuk voor stuk fysiek geschikt zijn geweest om naar Uruzgan te gaan en dat maakt The New Rambo Generation een verhaal van toen met een bijzonder actuele lading. Vanaf nu te zien op Oerol en daarna op Over het IJ.

Opstand van de – heeeel normale – nerds

Bonte Hond – Opstand van de nerds
De Krakeling, zaterdag 2 februari 2013

Opstand van de Nerds-BonteHond-fotoBenvanDuin

Posterfoto van Opstand van de Nerds. Foto: Ben van Duin

‘Don’t ever pretend not to be a nerd.’ Een goed advies van de oppernerd, Devin Townsend, ooit de voorman van metalband Strapping Young Lad en inmiddels gevierd muzikant in een veel breder circuit. De nerds van Bonte Hond zijn op een feestje onder gelijken en hoeven zich dus in het geheel niet te schamen of te verbergen. Maar deze nerds zijn, in tegenstelling tot de inmiddels 40-jarige Townsend, pubers. Dus ze schamen zich wel, ze verbergen zich wel. Ze hebben geen idee hoe ze zich een houding moeten geven. En zo hoort dat ook, op hun leeftijd.

Ze hebben weinig gemeen, de nerds van regisseur Noël Fischer. Ze zijn eigenlijk even verschillend als alle andere jongeren. De een houdt heel erg van knuffelen, de ander wordt juist niet graag aangeraakt. De een is dol op kwebbelen, de ander houdt het liefst alles voor zichzelf. De een is graag in gezelschap, de ander zondert zich liever af. De belangrijkste overeenkomst is dat ze dromen hebben. Over wat ze zullen worden, later. Over met wie ze verkering krijgen. Over hoe het hen zal vergaan. Eigenlijk ook zoals bij alle andere kinderen.

Er is, ondanks hun enorme verschillen, nog een overeenkomst. Ze zijn allemaal best wel slim. En ook anders in de ogen van de ‘gewone mensen’ – whatever that may be. Maar dat laatste is onzin, zoals Frieda, een briljant personage van natuurnerd Willem Zevenhuijzen duidelijk maakt in een van de slotscènes: wij zijn normaal, heeeeel normaal.

Het feestje is een expositie van onhandigheid en ongemak. Dat begint bij het voorstelrondje en stopt geen seconde voordat het licht uitgaat. Een hilarisch vertoon van menselijke tekortkoming, zoals die voorkomt in alle lagen en alle leeftijden, geprojecteerd op vijf aandoenlijke, getroebleerde tieners die van experts al zo vroeg in hun leven labels opgeplakt hebben gekregen waarop ze helemaal niet zaten te wachten en waarmee ze de rest van hun leven voort moeten. En dat in een aaneenschakeling van scènes die zo maar echt zouden kunnen voorkomen als deze of gene een verjaardag, jubileum of ander vierenswaardig feit viert.

Het allermooiste van de voorstelling is dat er ondanks deze gemankeerde onderlaag van het begin tot het eind, naast te overdenken, barstensveel te lachen valt. Zowel voor ‘normale’ mensen als voor mensen met een tic of andere afwijking – zeker de helft van de zaal. De acteurs leven zich bijzonder goed in in hun rol, en hun nerdy gedrag is enorm grappig uitvergroot. Het lijkt erop dat ze allemaal wat van zichzelf, van hun eigen ervaringen, gevoelens, angsten, verlangens, nerdiness in hun personages hebben gestopt, zo authentiek komt het over ondanks de dikke laag ironie erbovenop. Hoe het bij anderen zit, weet ik niet, maar ik vond het niet leuk uit leedvermaak, maar puur uit lol – zo’n feestje als dit had me kostelijk geleken, leuker dan de doe-alsof-je-stoer-bent-partijtjes uit m’n eigen jeugd. Heerlijk, van die jonge mensen die ondanks de conventies hun eigen slimme, rare, eigen zelf moeten zijn, omdat ze simpelweg niet anders kunnen.

Fischer geeft met Opstand van de Nerds een even tijdloos als actueel document af, dat enerzijds berust in de  eigenaardigheid van de mens en anderzijds kritiek geeft op de wereld van vandaag die het nodig vindt ieder mens in een eigen hokje te zetten. Je ziet de rijen in de klas bijna opdoemen: daar de hoogbegaafden, daar de hypersensitieven, daar de adhd’ers. En wie niks heeft, ocherrem, die mag op de achterste rij; extra aandacht onnodig. De 35-plussers onder ons kennen ze ook allemaal, de slimpies, de jankerds, de druktemakers, maar die zaten gewoon zonder etiketje in de klas en zijn voor het overgrote deel heel niet slecht terechtgekomen.

Kijk maar naar Devin Townsend. Nergens goed voor. Een mannetje dat al vanaf z’n negende een sport maakte van het spelen van zo complex mogelijke gitaarlijnen en het zonder les zingen van zo mooi mogelijke noten, zonder al te veel steun van huis uit. Maar wel net een toer achter de rug door heel Europa, gevolgd door een toer door de Noord-Amerika’s. Niet gek voor een nerd.

Preview: Speedfest en Distortion

Het is al weer een dikke week geleden dat René en ik in Eindhoven twee heftige festivals meemaakten, namelijk Speedfest op zaterdag en Distortion op zondag. Vette meuk en rauwe beuk – en mogelijk een daar opgepikt virusje – velden me de dagen erop bijna. Ik bleef ternauwernood overeind om de dingen te doen die echt moesten in deze goddank werkluwe periode.
Het verslag liet dus even op zich wachten, maar nu ligt het, inclusief foto’s, voor ter eindredactie bij 8WEEKLY – de site waar ik recensent, chef theater en hoofdredacteur van was en laatstelijk niet al te veel meer voor doe, tenzij… Hier vast een kleine beeldpreview van mijn verhaal over een popmeisje op een metalfestival. Met een hoofdrol voor Devin Townsend, een gekkebekkentrekkende nerd die met z’n show boordevol humor, slimheid, authenticiteit en bovenal ultragevarieerde hypermuzikale werk zo’n onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt dat René voortaan niet meer meteen commentaar krijgt als ie weer eens iets van zijn geliefde teringherrie opzet (sterker: ik doe het nu af en toe zelf).

Je natte neus achterna in Dropwolf

De leuke theatermaakster Peerke Malschaert, die wij al een tijdje kennen van onder meer Productiehuis Brabant, Oerol en Over het IJ, maakte samen met Roos van Haaften een jeugdvoorstelling voor het spannende productiehuis Bonte Hond in Almere. We mochten voor ze fotograferen, een pittige maar ontzettend gave opdracht: het moest gebeuren tijdens een try-out met een kleurrijke berg drukke kinderen die in ijltempo werden meegesleurd langs verschillende locaties. Peerke is niet op haar knieën gaan zitten, maar heeft een thema waar ze ook voor grote mensen al eens mee stoeide op een volwassen manier vertaald naar een voorstelling voor een jonger publiek. ‘Dropwolf’ gaat grofweg over de grens tussen de natuur en de cultuur van de mens, of eigenlijk in de mens, en hoe je daarmee omgaat: laat je je gaan of beheers je jezelf? Ze daagt de kinderen uit de wolf in zichzelf op te zoeken tijdens een dolle tocht door een Almeerse buitenwijk, en verwacht van ze dat ze daarna, helemaal geaadeehaadeed, redelijk stil op bankjes in een pand in aanbouw gaan zitten als de twee fijne actrices (Nienke de la Rive Box en Eva Meijering) wat relatief rustige scènes spelen in een overigens schitterend decor dat fantastisch gebruikmaakt van schaduwen. Wat een lekkere voorstelling, letterlijk en figuurlijk, omdat ie is gedrenkt in droplucht en wordt afgesloten met een stuk trekdrop als beloning voor het braaf én het niet braaf zijn.

Mama, ik wil ook zo’n Mismuis!

Recensie Mismuis van Kwatta voor Theaterkrant

Mismuis-Kwatta-foto-Edwin-Deen

Foto: Edwin Deen

Kun je je voorstellen dat je binnen een uurtje smoorverliefd wordt op een blauwe muis zonder staart en met kangoeroe-oren? Nee? Dan ken je vast Kwatta’s Mismuis nog niet. Het is lachen, gieren, brullen met dat beestje. Niet omdat ‘ie raar is, maar omdat ‘ie ontzettend leuk is. Je wilt hem na afloop zo mee naar huis nemen.

Lees verder op Theaterkrant.nl

De professor en zijn vrouw als wake-up call

Recensie Omke Wanja van Tryater voor Theaterkrant

Omke-Wanja-Tryater-foto-Sanne-Peper

Foto: Sanne Peper

Verveling, leegheid, uitzichtloosheid; dat is wat de meeste regisseurs benadrukken als ze Oom Wanja van Tsjechov op de planken zetten. Maar Ira Judkovskaja, die als geen ander van het Russische theatererfgoed houdt, beklemtoont in haar Friestalige versie veel meer de vriendschap, het familiegevoel,  de gemeenschapszin.

Lees verder op Theaterkrant.nl.

Hilarische uitbarsting van contemplatieve maakster

Lieke Benders maakte als laatste grote voorstelling een contemplatieve, solistische wandeling voor grote mensen die tot overpeinzing en zelfreflectie aanzet, Todos genaamd. Als je dat van haar kent en dan naar de familievoorstelling (6+) niet wiet, wel nel (geïnspireerd op het boek van Joke van Leeuwen) gaat, val je van het ene in het andere uiterste. Niet wiet wel nel is druk, vol, gek. Deze bonte boel wordt vooral vrolijk gekleurd door Eva Zwart als Nel en Gerrit Dragt als Wiet, die wel bij elkaar willen zijn maar elkaar danig op de proef stellen in hun liefde. Met wilde achtervolgingen, zotte dansjes en hilarische kokkerelpogingen tot gevolg. De kritische noten worden gekraakt door Inge Liefsoens, die als een atypische amor (of misschien ook wel gewoon als ‘het kind’) zowel verstorend als verzoenend bezig is en Hans Van Cauwenbergh, die als een minstreel de liefde en de blues bezingt.
Wij volgen Lieke Benders en haar Stichting Hoge Fronten al vanaf haar prille makersbegin en zijn fan. We mochten de scènefoto’s maken van deze lekker gekke voorstelling en hebben ons tijdens het knippen opvallend goed vermaakt.

Klik voor meer informatie over de voorstelling en de speellijst hier.

Over de grenzen van de fantasie

Recensie Witte en het wilde paard van Theater Gnaffel voor Theaterkrant

Foto: Ron Greve

In het theater voor kleine kinderen kun je veel flikken, als het maar uit je tenen komt. Maar als je een personage tijdens een poppenvoorstelling door drie verschillende spelers laat vertolken en je je geloofwaardigheid toch niet kwijtraakt, moet je wel van heel goeden huize komen. Dat doen Elout Hol en de zijnen, met hun vijfentwintig jaar ervaring. Hun jubileumvoorstelling Witte en het wilde paard (6+) is op alle fronten een ode aan de fantasie.

Lees verder op Theaterkrant.nl

Recensies voor Theaterkrant

Sinds ik ben gestopt met recenseren voor 8WEEKLY, de uitgever van het kwartaalblad Theater! is opgeheven en het TIN alle schrijfklussen tot het eind van zijn bestaan zelf doet, besteedde ik de laatste tijd een stuk minder woorden aan het theater dan de afgelopen zeven jaar. Daar komt waarschijnlijk verandering in. Theaterkrant, de enige echte volledig professionele theatersite van Nederland, heeft gevraagd of ik af en toe recensies voor ze wil schrijven. En dat wil ik wel, al was het maar om mijn inhoudelijke betrokkenheid bij de vormen van theater die ik fijn, interessant en belangrijk vind niet kwijt te raken. En zeker ook om ervoor te zorgen dat gezelschappen en makers die anders misschien makkelijk aan bod komen (want: te klein, te perifeer, te anders) ook landelijke pers krijgen. Dat was de belangrijkste reden dat ik ooit, lang lang geleden, TheaterCentraal mede oprichtte en jarenlang met veel liefde bloed, zweet en tranen heb gestort voor de online theaterrecensie. Te gek dat de makers van Theatermaker me dus nu vragen een bijdrage te leveren aan hun groeiende site.
M’n eerste proeve staat online. Een makkie om mee te beginnen: een bijzonder fijne, meeslepende jubileumvoorstelling van een ervaren gezelschap. Meer zal volgen.

Bijna ultiem objecttheater

Zichzelf wegcijferend schetsen de jonge Vlaamse makers Nikè Moens en Vick Verachtert voor Feikes Huis in De Bomma’s een stel samenwonende oude vrouwtjes, hun rituelen en hun genegenheid. De meiden dragen zwarte kleding, en gebruiken qua opsmuk niets meer dan twee paar oudevrouwenjurkmouwen die ze omhoog en omlaag schuiven, afhankelijk van of ze de benen of armen van de vrouwtjes willen verbeelden of aan het verhuizen zijn. Want dat doen ze, het hele kleine uurtje lang, verhuizen. Het beginbeeld is een lege vinylvloer met erboven een enkele ouderwetse lamp en erachter een enorme berg meubels, interieurdingetjes en prullekes. Tijdens de verstilde voorstelling plaatsen Nikè en Vick die op de vloer, onderwijl het verloop van het samenwonen van de twee dametjes verbeeldend. Boordevol waardevolle clichés en fijne vondsten, zoals het leven zelf. Tot en met het onvermijdelijke einde.

Tot en met zondag 30 september te zien het Amsterdamse Ostadetheater, bij Feikes Huis, het productiehuis waarvoor we deze scènefoto’s maakten. Speciaal geschikt voor mensen die het niet erg vinden als in een theatervoorstelling geen woord valt en die in staat zijn leven te zien in spullen.

HEBECA: kleinmenselijk drama in grootschalig spektakel

De jonge regisseur Dirk Bruinsma wilde, in samenwerking met een heel dorp, een theaterstuk op poten zetten dat 2500 mensen uit heel Friesland zou trekken. Die grote ambitie kon eigenlijk alleen maar mislukken, en toch maakte hij het waar. Met een enorme berg energie en doorzettingsvermogen – en een peloton aan mensen en organisaties die hem steunden en steunen in de voorbereiding en bij de uitvoering.
HEBECA Jistrum ©Saris&denEngelsman
Op dit moment speelt in de Broekpolder bij Jistrum HEBECA, het Friestalige spektakelstuk dat het resultaat is van de inspanningen en dat gaat over gemeenschapszin, of het gebrek daaraan, en de mensen die in die wereld ronddraaien. De boerengemeenschap ziet een succesvolle oud-dorpeling terugkomen en de oude, teloorgegane raketfabriek ombouwen tot een producent van het goddelijke vocht, wodka. Met alle gevolgen van dien.
Alles aan HEBECA is veel en groot(s): het overweldigende decor, het aandachtvretende landschap, de enorme stoet acteurs (een combinatie van amateurs en profs, met Friese grootheden als Peter Tuinman en Hilly Harms), de indrukwekkende filmische muziek van fanfare Joost Wiersma, die Mad Maxige kostuums, en de zee van theaterlicht dat uit alle hoeken en gaten komt en zo ver het weiland in schijnt als het stuk vraagt. En toch lukt het Bruinsma de aandacht te houden bij de mensen, om wie het ondanks alles toch gewoon gaat, en wat ze meemaken. De man die z’n vrouw verliest aan de engelen, de dorpelingen die meegesleept worden door de grootsheid van één man en die man die ook maar een mens blijkt, zeker als hij z’n zoon verliest.


Hoewel Friesland groot is in openluchttheater (ook wel: iepenloftspul) zullen onze provinciegenoten zoiets niet dagelijks zien. Dat blijkt ook uit de kaartverkoop: de meeste voorstellingen zijn al ver uitverkocht. Wij zagen de eerste try-out, en die had nog wat haken en ogen, maar het zag er al goed uit. Net als de weersvoorspellingen, die net als alle andere omstandigheden (een dikke donderbui voor de generale uitgezonderd) op de hand zijn van die jonge vent die het toch maar mooi heeft aangedurfd.

The Promised Land en het journaille

Poe. Nou. Mijn beoordelingsvermogen is even stevig aan het wankelen gebracht nu het Nederlandse recensentenkorps de zomerfestivalvoorstelling die mij tot nu toe het meeste deed tot de grond toe afbrandt, met slechts her en der een positief nootje voor de enthousiaste spelers en de beste band. Pijnlijk voor alle mensen van Orkater en consorten die keihard aan The Promised Land hebben gewerkt. En, of ik moet we wel heel sterk vergissen, nog ten onrechte ook.

Want er klopt iets niet. Waar meneer en mevrouw de recensent spreken van ‘de teleurstelling van het festival’ twitteren, praten, facebooken de bepaald verwende Amsterdamse bezoekers toch vooral over een ontroerende, meeslepende en bijzondere ervaring.

Wat is er aan de hand?

‘Aan de inzet van de spelers ligt het niet’, schreef de NRC. Nee, zeker niet. Die werken zich twee uur volkomen in het zweet om de bezoeker de ervaring van zijn leven te bezorgen. Ze nemen je mee over zee, als een groep emigranten toen en ook nu, ieder stap krachtig verbeeld met bewegingsscènes die allemaal hun eigen karakter dragen. Woorden zijn ondergeschikt; dat je niet altijd goed verstaat wat wel wordt gezegd, draagt bij aan de verwarring, de angst, de onzekerheid van de groep mensen waar je ineens deel van uitmaakt. Zij kwamen immers overal vandaan en spraken allemaal andere talen, ze hadden vooral één ding gemeen: ze hadden het niet goed in Europa en wilden het graag beter krijgen in de Verenigde Staten. Zelfs al begrijp je niet alles, je voelt: de hoop op een beter leven vecht voortdurend met het afscheid van alle goede dingen van je oude bestaan. En je leert in de loop van de voorstelling: die lange, zware reis naar dat nieuwe leven, die grote aderlating van het achterlaten wat je lief is maakt niet dat dat het ineens makkelijk wordt als je aan de andere kant op de kade stapt. Enerzijds omdat je, net als thuis, ook in het beloofde land gezien wordt als een minderwaardige mensensoort en anderzijds omdat je het leed van je verleden mee hebt gedragen in je koffers en je dat bij het uitpakken weer tegenkomt. Niet alleen toen, 100 jaar geleden van Europa naar Ellis Island, maar ook nu, als reiziger, als emigrant, als vluchteling; als Russisch bruidje, als Bulgaarse gastarbeider, als Afrikaans hoertje loop je keihard tegen de muren van de bureaucratie en het opportunisme van gastlanden aan. Je moet wel een hart van steen hebben, of keihard PVV’er zijn, om die waardeloosheid, machteloosheid, afhankelijkheid niet op de een of andere manier te voelen, of zelfs mee te beleven.

 

Klik op de link hieronder om verder te lezen.

Continue reading

Vreemd Fries volkje :-)

Oerol begint pas morgen, maar wij hebben onze eerste voorstellingen al in de pocket. Eén ervan had zelfs volle bak: het Friese Tryater nam zijn vrienden gisteren mee over de Waddenzee naar een try-out van Hjir, een mimevoorstelling waarin het publiek kennismaakt met een vreemd volkje – en andersom.  220 door weer en wind gelooide koppen van een jaartje of vijftig, zestig gemiddeld, het mannelijke deel verhoudingsgewijs behoorlijk bebaard, het vrouwelijke praktisch kortgeknipt. Heel anders dan het gemiddelde Oerol-publiek, maar wel volgens waarschuwing op de freone-uitnodiging, zijn ze gekleed in een soort winterboswandelingkleding met dikke jacks en stevige schoenen.

Continue reading

Lieve Kiki

Kik Jaski is een bijzondere theatermaakster. Zij is zeer begaan met de mensen om zich heen en zet haar enorme empathie en fascinatie voor onze soort om in betrokken voorstellingen die zeker niet de makkelijkste weg kiezen. Vorig jaar maakte ze een voorstelling met een handvol transseksuelen, die op de vloer hun aangrijpende verhaal vertelden. In haar nieuwste, ‘Als je mij maar nooit vergeet’, staat ze zelf op de scène, samen met haar aanstaande man, muzikant en componist Jan Groenteman (voor het Oerol- en Over het IJ-publiek bekend van de festivalhit ‘Wees niet te zuinig op je hart’ uit Berg & Bos’ prachtige voorstelling Het jaar van de schlager – ook dit jaar weer te zien op diverse plaatsen). Kiki interviewde tientallen ouderen en stopte de onderwerpen die normaal taboe zijn maar die de bejaarden deze lieve jonge vrouw toestopten als waren het mariakaakjes bij de koffie zonder gene in de muzikale voorstelling. Op nieuwe maar toch herkenbare deuntjes van Jan zingen ze over de geldverslindende babyboomers, in je broek poepen, bang zijn alles te vergeten, eenzaam en alleen achterblijven en over het niet weten wat je nog allemaal tegemoet komt in het lange leven dat je voor je hebt.

Ook hier maakten Saris & den Engelsman foto’s, tijdens een heuse voorstelling voor een publiek van grijze duiven in een zuidelijk verzorgingshuis. Een belevenis.

Gluren naar Julie

Afstudeerder aan de Toneelacademie Maastricht Bram Jansen maakte voor het Huis van Bourgondië een interessante interpretatie van Strindbergs naturalistische stuk Freule Julie. Hij presenteert in ‘Kijken naar Julie’ de mensenwereld als dierenwereld – met een dun laagje chroom. Een life size kijkkast waarin zich een live realityshow voltrekt, voorzien van sappige en even ware als hilarische documentaire commentaren in een herkenbare natuurfilmstem. De briljant spelende Keja Kwestro is, met haar dikkekontenjurk uit de 19e eeuw, als een flirtende baviaan die al te makkelijk toegeeft aan haar oerverlangen en helaas pas een halve seconde na ‘de daad’ de mens inzichzelf  hervindt.

Saris & den Engelsman deden de scènefotografie.